38
Gesl. dat v.
Hoogstraten aan
Gesl. bij Vondel.Gesl. bij Hooft.Zelfst. n.w.
het woord wil
toekennen.
m.m.v.vrede
v.o.v.vuilnis
m.m.v.waan
o. [v. bij Huygens
en Antonides.]
o.o.web
v.-v. en o.wedde
m.m.m. en v.wensch
m.m. en o.-wierook
m.m.m. en v.wrok
o.m.m. en o.zegel
m.m.v.zolder
Bij den vierden druk van van Hoogstraten's Lijst (1733) vindt men ook de
Bijvoegsels
van den predikant en rector Gerardus Outhof. Deze was kort voor de uitgave
overleden. Omtrent zijn beschouwingen deelden ‘de Drukkers aan den Lezer’ mede:
‘(De) geleerde Man zou, indien het hem hadt mogen gebeuren lange genoeg daar
toe te leeven, in deeze Voorreden vorders aangetoont hebben, dat de zelfstandige
woorden die men in verscheide van onze beste Schrijvers, of wel in een' zelfden
Schryver, dan mannelyk, dan vrouwelyk, of ook wel onzydig gestelt vindt, in der
daadt van deeze drie geslachten zyn, en dat zulks derhalven voor geene feil
gereekent moet worden, gelyk hy dikwyls te kennen geeft in zyne
Byvoegsels
.’
Daarvan een enkel voorbeeld. Van Hoogstraten noemt het woord
leest
vrouwelijk,
en verwijst zoowel naar Hooft als naar Vondel, bij wie
leest
in dat geslacht voorkomt.
Maar - Vondel gebruikt leest óók mannelijk, zooals Outhof aantoont; en Moonen
bezigt het evenzoo. ‘Waarom dan niet van beide geslachten goedt geoordeeldt?
dan is 'er geen geschil.’
1)
Outhof zag zeer juist in, dat wanneer men zich nu eenmaal beroepen wil op de
autoriteit van Hooft en Vondel, men zich ook aan die autoriteit behoort te
onderwerpen.
Gebruikt Hooft dus een woord vrouwelijk en Vondel mannelijk, of vindt men het
door een van beiden zoowel mannelijk als vrouwelijk gebezigd, welnu dan heeft het
woord
twee
geslachten!
Het is wonderlijk, dat men niet op de gedachte scheen te komen, dat het verschil
tusschen mannelijke en vrouwelijke woorden (behoudens een kleine uitzondering
voor persoonsnamen) was uitgewischt; en dat men - zoo die gedachte al eens
opdook - haar terstond verwierp.
In het eerste deel der
Aenleiding tot de Kennisse van het Verhevene Deel der
Nederduitsche Sprake
(1723) door den beroemden Lambert ten Kate, zegt N. in
een der samenspraken:
1) G. Outhof,
Bijvoegsels
, blz. 53.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais