222
Hooft, dat Egmond en Hoorne op Pinksteravond werden onthoofd. Vgl. ook het hd.
sonnabend
.
Dit liedje herinnert aan het oude gebruik, om het passeeren der linie te vieren met
allerlei grappen. Een der scheepslui speelde dan, wonderlijk uitgedost, voor Neptunus
en wierp met zijn gevolg stroomen waters over de hoofden der schepelingen, of
althans van hen, die voor het eerst zich op deze hoogte bevonden. De voortzetting
van dit onvrijwillig bad werd daarop afgekocht met eene boete, die onder het
scheepsvolk werd verdeeld. Ook ‘het scheren met de duig’, d.i. met een ruw stuk
hout, nadat de patient behoorlijk was ingezeept, maakte een nummer van het
programma uit. Of intusschen deze vermakelijkheden reeds in 1618 in zwang waren,
zouden wij niet durven verzekeren. In verschillende oude reisbeschrijvingen vonden
wij daarvan althans geene melding gemaakt. Wel waren de Hollanders, die om de
Zuid voeren, vanouds gewoon, de nieuwelingen aan boord in de golf van Biscaye
den waterdoop te doen ondergaan en ongetwijfeld is later, toen de vaart naar Indië
meer algemeen werd, daarvoor het doopen ter hoogte van den evenaar in de plaats
gekomen. Hoe het passeeren der linie nog in onze eeuw op een' Oostindievaarder
werd gevierd, kan men o.a. lezen bij Van Nievelt in zijn
Onder Zeil
.
vs. 3.
zijn bolle weerhelft:
de gemalin van
Poseidon
(
Neptunus
) was
Amphitrite
.
Hier speelde zeker de eene of andere matroos met bolle wangen voor de wederhelft
van den zeegod; deze werd anders door de Ouden voorgesteld als eene schoone,
slanke figuur.
vs. 4.
meerminnen
, de zeenimfen onzer voorvaderen, naar het oude volksgeloof
bestaande uit het bovenlijf eener vrouw en den staart van een' visch. Door hare
schoonheid en haren lieflijken zang lokten zij den zeeman of den visscher in de
diepte. In
De meermin van het huis te Muiden
heeft Potgieter dit onderwerp
behandeld. Verschillende oude verhalen maken gewag van meerminnen (ook:
meermannen); in de 15
e
eeuw zou er nog een in de Purmer gevangen zijn
1)
. In
Hoofts
Brieven
wordt ook eene meermin van het huis te Muiden vermeld.
't
, nl.
meebrengen.
vs. 5.
dokken:
‘betalen.’ Wij hebben dit woord ook in de samenstellingen
afdokken
en
opdokken
, die zich laten vergelijken met
afgeven
en
opgeven
tegenover het
enkelvoudige
geven
. In de Etym. Wdbkk. van Franck en Vercoullie wordt het niet
genoemd.
vs. 7.
het viertal
, niet het
vijftal
, omdat er van Australië als vijfde werelddeel in
Bontekoe's tijd nog geen sprake was.
1) L.Ph.C.v.d. Bergh,
Volksoverleveringen
, 188. Vgl. ook Van Lennep en Ter Gouw,
Uithangteekens
.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais