Engel IB144 Manual do Utilizador Página 378

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 377
322
5. Men zal zeggen: hij schenkt alweer het water bezijën 't glas. - Maar ook: hij
giet het water weer 't glas bezijën langs. Dan staat de praepositie achter het
bepaalde woord
1)
. En als antwoord kan de vraag dienen: zoo, is hij 't, die 't altijd er
bezijën schenkt?
Nu is men minder gewoon - en niet alleen in 't nieuwnederlandsch - om zoo'n
woord als ‘bezijën’ bij het voorgaande dan wel bij 't volgende te voegen; men trekt
het eerder tot het werkwoord dan tot het substantief. Zoo kan uit deze en dergelijke
constructies een samenstelling worden. Samen krijgen die woorden dan een min
of meer gewijzigde beteekenis; natuurlijk, dat ligt in de aard van samenstellingen.
Dan wordt de praepositie min of meer bijwoord. En omgekeerd kan een bijwoord
met een werkwoord samengesteld, de beteekenis en functie krijgen van een
praeposìtie
2)
.
Van-zelfs, de samenstelling blijft nog scheidbaar, al voelt men ook dán, het verband
nog wel tusschen het werkwoord en 't andere lid.
Onder invloed van deze werkwoordelijke samenstelling kan nu een praepositie,
als die heel op zich zelf achter het bepaalde woord staat, ook een gewijzigde
beteekenis krijgen. Dat heeft die dan ook méestal in 't nieuwnederlandsch. Aan deze
praeposities, met min of meer bijwoordelijke beteekenis, wil ik den naam van
adverbiale praeposities geven.
Achter het substantief kan dus een enkele maal een praepositie, vaker een
adverbiale praepositie staan; 't meest is het een adverbium
3)
. En
1) Vgl. hd. gegenüber der kirche, dem rat-hause gegenüber; dem gesetze zuwider. - lat.: Romam
versus, honoris causa. - Vgl. Strong-Logeman-Wheeler, Introduct. Hist. Lang. 276/7, en noot.
Ook ‘bezijën’ is eigenlijk substantief.
2) Zie vooral v. Helten, § 342. Die met zijn Spraakleer een begin maakte met wat anders. Daarin
zijn heele hoofdstukken, in aanleg zeker, in opbouw bijna onverbeterlijk.
3) In
Taal en Letteren
, II, 256, is de vraag gedaan:
7. STARING,
Zang bij den haard:
't Valt mijn glas bezijden:
Is er iets tegen om dit
bezijden
een
voorzetsel
te noemen (de letterlijke beteekenis
van den term daargelaten)? Vgl.
Ivo, Volksuitgaaf
, 143: ‘Wat taal den weg langs
werd gesproken’, - en in
Lochem behouden:
‘Het spoor langs’.
Van waar het onderscheid tusschen ‘Hij loopt langs het water’ en ‘Hij loopt het water
langs’? - Het onderscheid tusschen voorzetsel en bijwoord, bedoel ik.
In hoeverre
is
langs
in den laatsten zin
geen
voorzetsel?
Breda
.
J. Hs.
Het heet meestal een adverbium; dat is 't zeker hier niet. Is 't een bijwoord-praepositie? M.i.
wel; zoo 't nog geen praepositie is, achter z'n substantief. De grens hiertusschen is moeielijk
aan te geven. Voor de beteekenis is te vergelijken: langs welken weg moet ik; welken weg
langs moet ik; welken weg moet ik langs; en verder tal van voorbeelden in elke Spraakleer.
Regel is dit postpositum plaatsen bij voornaamw. bijw.: daardoor, er uit, enz.; vgl. Terwey, §
152, over den naam. en vooral van Helten, § 137.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 377
1 2 ... 373 374 375 376 377 378 379 380 381 382 383 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários