376
opstaat voor den bezitter van een ton, dient wel diens meerdere te wezen.
vs. 61.
mijn pot:
‘mijn spaarpot’.
vs. 415.
het koeltjen
,
aangesneld uit zee:
‘de zeewind, die tegen den avond begon
te waaien’.
vs. 416.
ruw
, om den inhoud van het lied.
vs. 417.
gedwee;
de oorzaak dier gedweeheid vinden we in de volgende regels:
de vrees, die de wilden overviel, dat er een oorlogschip van de Compagnie ter reede
zou liggen.
beheerscht door d'indruk van het lied:
De indruk, door het lied van Jan
Compagnie op hen gemaakt, was zoo sterk, dat hij hen beheerschte, in zijne macht
had.
vs. 422.
of
. Over dit doelaanwijzend-voorwaardelijk voegwoord leze men
T. en
L.
I, 158. Hier zou het doel kunnen uitgedrukt worden door:
om te zien. wijlen:
‘toeven’; de zon was ondergegaan; het schemerlicht bleef nog toeven.
vs. 428.
den geest van 't verre west
. Voor de wilden was de macht, die de
Compagnie in korten tijd verwierf, haar geschonken door een' hun vijandigen geest.
Zij zien dien geest uit den schoot der wateren verrijzen, zooals hij met den
oorlogsbliksem in de handen van het verre West (Nederland) aan 't Indische strand
verscheen, om daar weldra als vorst te heerschen.
vs. 429.
d'oorlogsbliksem in de handen
, een beeld, dat ons aan den
Grieksch-Romeinschen Zeus-Jupiter doet denken; het oorlogsvuur herinnert aan
den bliksem.
vs. 430.
de Indiaansche stranden
. Men maakt onderscheid tusschen de
Indiërs
in Azië en de
Indianen
in Amerika, maar ook Tollens bijv. spreekt van den
Ooster-Indiaan
voor den bewoner van Oost-Indië:
En de Ooster-Indiaan, op Java's kust begroet,
Bevrachtte Neerlands vloot met 's werelds overvloed.
vs. 433.
voor leeuwenkuil en arendsnest
. Men zou kunnen aarzelen, welke der twee
beteekenissen van
voor:
‘boven’ en ‘als’ hier bedoeld werd. Wij geven de voorkeur
aan de laatste opvatting en meenen den zin aldus te moeten verstaan: zijn troon,
die in Indië reeds wijd en zijd bekend is als de plaats, vanwaar uit leeuwen en
arenden (dappere krijgers) zich over den Archipel verspreiden. Men moet hier het
woord
troon
dan niet al te letterlijk nemen en er onder verstaan: het middelpunt, de
zetel der regeering. Potgieter spreekt van den tijd, toen Jan Pieterszoon Koen reeds
te Batavia als gouverneur-generaal gevestigd was.
vs. 435.
Geen wolk van rook
,
geen flits van vier:
‘geen rookwolk, geen vuurstraal’,
gelijk men bij het losbranden der kanonnen waarnam.
vs. 436.
schieten:
‘zich snel bewegen, vliegen.’
vs. 446-447.
hij zag haar nauwlijks komen
,
of hield den blik ter zee
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais