323
werkwoordelijke samenstellingen zijn er dus met bijwoord-voorzetsels en bijwoorden
1)
.
Niet in alle zin - de taal bestaat niet uit losse woorden - kan elke praepositie achter
zijn substantief komen; evenmin met alle werkwoord een samenstelling vormen. Dit
regelt in 't algemeen de eenige bevoegde wetgever bij levende taal: het gebruik
2)
.
Men zegt: tegen of op den grond slaan; en nooit: den grond tegen (op) slaan; wel:
uit het venster slaan; en evenzeer, met wat genuanceerde beteekenis natuurlijk:
het venster uitslaan; daarentegen: een weg in-slaan, maar nooit: in een weg slaau.
En zoo ook: het slaat mij tegen, en niet: tegen mij; daarentegen: het slaat op mij,
en niet: mij op. In bepaalde gevallen dus, en in bepaalde constructies vooral, zijn
sommige dezer samenstellingen afscheidbaar: ook dat regelt het gebruik. - Men
kan nog ‘loopen langs wegen’, en ‘over bruggen’; maar evengoed ‘wegen langs’,
en ‘bruggen over’; men vaart ook wel door de laatste, men kan ook: die door varen;
en niets is er tegen, taalkundig ten minste, dat een stedelijk bestuur een
reglement maakt op het ‘door-varen van beweegbare bruggen’
3)
.
6. De oorsprong van een reeks samenstellingen is altijd het syntaxiaal verband
4)
.
Maar dit is niet altijd gelijk geweest; vroeger was het anders dan nu. Men zou dus,
om ze allen in 't tegenwoordige nederlandsch te begrijpen, ook dat van vroeger
perioden, van heel ouden tijd zelfs, moeten kennen?
Gelukkig is dit niet noodzakelijk
5)
.
Zoodra een samenstelling gevormd is, zich uit het overig verband
1) Ook in vroegere perioden was dit zoo wel. Maar daar stond nog andere formatie naast.
2) Ik heb het alleen over de gewone taal, niet over die van kunstenaars; die zien in taal nog iets
meer dan een middel om zich verstaanbaar te maken.
Sommigen voeren tegen het gebruik als regelaar aan: waar blijven we dan; men kan zooveel
zeggen. - Maar dat is de vraag niet, wat men
kan
zeggen; maar: wat
zegt men?
3) Een haagsche briefschrijver in het
N.v.d.D
., 1 Aug. '92, keurde dit zeer af. Waarom ook niet!
4) Men heet liefst déze samenstellingen nog in de meeste spraakkunsten
oneigenlijke
. Zij vormen
‘een toevallige eenheid’!!
5) 't Is zelfs niet voor alle mogelijk; zie daar beneden blz. 356 over.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais