Engel IB144 Manual do Utilizador Página 262

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 261
214
Intusschen ook die lijst is de moeite der beschouwing dubbel waard en nu wij
eenmaal vrede hebben met de omstandigheid, dat naar de fransche woordspeling,
de ‘tekst’ hier min of meer een ‘prétexte’ is, willen wij dien tekst zoowel als het
onderwerp zelf in bijzonderheden nagaan, ten einde daarna te komen tot eene, naar
wij hopen, juiste waardeering van des dichters arbeid. Daartoe is het wenschelijk,
dat wij aan de hand van het journaal de voornaamste bijzonderheden van Bontekoe's
reis in herinnering brengen. Het was op den 19
en
November 1619, nadat de
Nieuw-Hoorn dus reeds bijna een jaar, onder afwisselenden voor- en tegenspoed,
onder weg was geweest, dat de schepelingen op de hoogte van straat Sunda waren
gekomen. Daar had het ongeval plaats, dat zulke noodlottige gevolgen had. De
botteliersmaat had zijn vaatje volgepompt met brandewijn uit een grooter vat, dat
in het ruim stond. Daarbij had hij gebruik gemaakt van het licht eener kaars, die hij
op een wat hooger gelegen vat had gestoken. Bij het uittrekken van den steker viel
er ‘een neus’, of zooals men in B's tijd nog zeide ‘een dief’ van de kaars in de spon
van het vat, dat open stond. Onmiddellijk daarop begon de brandewijn te
ontvlammen, het brandende vocht vloog het vat uit, de bodems borsten en de
brandewijn verspreidde zich tusschen de kolen, die mede in 't ruim lagen. Alle
pogingen, om den brand te blusschen, bleken vergeefsch. Een deel der wanhopige
manschap liet zich ter sluik in zee vallen en zwom naar de groote boot en de schuit,
die beide uitgezet waren. Ook de koopman klom bij de valreep neer en kwam zoo
in de boot. Maar Bontekoe bleef met het grootste deel der bemanning wakker stand
houden, om den brand te dooven. Helaas, zonder gevolg. Eerst werden de olievaten
aangetast en daarna, hoeveel men er ook van over boord had gesmeten, het buskruit.
Toen vloog het schip met een' geweldigen knal in de lucht.
‘En ick, Willem Ysbrantsz. Bontekoe, doe ter tydt Schipper, vloogh mede in de lucht,
wiste niet beter of ick most daermede sterven, ick stack myn handen en armen na
den Hemel, en riep: daer vaer ick heen, o Heer! weest my arme sondaer genadigh.
Meende daermede myn eynde te hebben; Doch hadde evenwel in 't opvliegen mijn
volle verstant, en bemerckte een licht in mijn herte, dat noch met eenige vrolijckheyt
vermenght was, zoo 't scheen, en quam alsoo wederom neer in 't Water, manck
(
tusschen
) de stucken en borden van 't Schip, dat heel aan stucken was. In 't Water
leggende, kreegh ick sulcke nieuwe couragie, gelijck of ick een nieuw Mensche
hadde geweest; toe siende soo lagh de groote Mast aan mijn eene zyd' en de
Fockemast aen myn ander zyd', ick klom op de groote Mast, en gingh daer op
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 261
1 2 ... 257 258 259 260 261 262 263 264 265 266 267 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários