Engel IB144 Manual do Utilizador Página 43

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 42
4
Deodaat is in éen woord: een Tugendheld. En hij is ten volle waardig, dat, terwijl hij
geen enkele poging daartoe te werk heeft gesteld, hij aan Aylva, zijn vader, en hem
Madzy in de armen wordt geworpen. Gij behoort overtuigd te zijn, dat dit de
natuurlijke belooning is eener deugd, waarop letterlijk niets valt te zeggen. Reinout
en Adeelen echter, die hartstochtelijken, moeten hun on-Hollandschen aard leelijk
bezuren. Is het beruchte motto dan toch natuurwet? De lezer heeft reeds begrepen
hoe de vork aan den steel zit. De Intrigeroman kan
alles
bewijzen. Hij is een droom;
de natuurwet is er buiten dienst gesteld. De schrijver had, door andere verwikkelingen
te bedenken, even gemakkelijk het tegendeel kunnen bewijzen, en een vernuftig
lezer phantaseert nog een deel verder en helpt Reinout aan valsche zoonsrechten
en Madzy aan den verkeerden echtgenoot.
Het is zeker, dat een goed aantal lezers ons van antipathie tegen den Ridder van
Verona beschuldigt. Zij gevoelen zich bevoorrecht in het bezit van vrienden, die op
Deodaat gelijken in beminnelijke zachtheid en aangeboren aesthetische vormen,
van wie men, zoo goed als van edele vrouwen, kan leeren ‘was sich geziemt’; óók
menschen zonder overmaat van hartstocht en geestdrift, maar met evenwicht van
ziel en harmonie van karakter. Hun adeldom, als de adel van Deodaat, moge ten
deele voortspruiten uit zekere traagheid, - adeldom is het en blijft het. Wij stemmen
toe dat de verongelijkte tot een uitnemend soort behoort, een soort juist dat niet aan
ijdelheid lijdt en zich noch in zelfverheffing te buiten gaat, noch zich op goed gedrag
en getuigschriften beroept, het soort, dat zonder veel schermutselens, zijn weg
maakt, al pleegt het toeval hun niet gunstiger te zijn dan anderen lieden. Het is zijn
schuld niet, dat hij poseert. Maar de schuld van den auteur en de erfzonde van het
boek wordt, met dit toe te stemmen, niet doorgehaald. De Deodaat van den roman
is niet de Deodaat, dien gij
veelzijdig
leerdet kennen en uwen vriend noemt.
Heeft Van Lennep het wel zoo ernstig met het lesje van zijn Inleiding bedoeld?
Laat ik deze vraag, voor we haar beantwoorden, toelichten. Groote dichters inspireert
de Idee, d.i. het typisch-noodwendige in hunne aanschouwing. Wie er aan twijfelt,
ga tot Shakspere en Dickens en Zola. Ze onthullen ons de eeuwige vormen der
natuur, niet als abstracte schimmen, maar levend, persoonlijk: Alles neu und doch
immer das Alte. Niet alzoo met den Intrigeroman. Wel kan hij een stelling
vooropzetten, door zijn maker als levenservaring beaamd of logisch juist bevonden,
of als partij- en secteleus gevoed, een stelling waar of onwaar; niet of slechts
onduidelijk en onzeker, als idee aanschouwd, niet
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 42
1 2 ... 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários