147
Wij zien, dat het aantal vormen waarover wij kunnen beschikken om verschillende
tijdsbetrekkingen aan te duiden, niet bijzonder groot is. De vormen die wij in de
reeksen B en C aantreffen, vinden wij met uitzondering van B III alle in A terug. -
Het verschil in beteekenis tusschen de gelijkluidende vormen is nu eens grooter,
dan weer kleiner. Tusschen A II en B I zal in de meeste gevallen nauwelijks eenig
onderscheid te bespeuren zijn; tusschen A II en B II ligt het voor de hand. A III en
C I zullen meestal wel uit elkander zijn te houden; maar somtijds (wanneer men in
plaats van A III de vormen A I bezigt, of in plaats van C I de vormen A III) zal ook
hier twijfel geoorloofd wezen, enz.
Slechts één opmerking heb ik hier nog aan toe te voegen. De nadenkende lezer
zal misschien reeds hebben ingezien, dat het aantal ‘uitgangspunten’ niet tot drie
is beperkt, maar, theoretisch gesproken, oneindig wezen kan. Het uitgangspunt kan
zijn het tegenwoordig oogenblik, een oogenblik dat ten opzichte van het
tegenwoordige
verleden
, en een oogenblik dat ten opzichte van het tegenwoordige
toekomend
is. Maar het zou bijv. ook kunnen wezen een oogenblik, dat ten opzichte
van een tijdstip in het verledene
verleden
was:
Gisteren zei hij mij
,
dat hij voor een
jaar al wist
,
wie hem
,
toen hij een kind van vier jaren was
,
bij ongeluk den arm had
gebroken
. Het tijdstip waarop de arm werd gebroken, is verleden ten opzichte van
‘voor een jaar’. ‘Voor een jaar’ is het uitgangspunt; en dat is verleden ten opzichte
van
gisteren
, hetwelk weder verleden is ten opzichte van het tegenwoordige
oogenblik. Het uitgangspunt is dus verleden ten opzichte van een oogenblik in 't
verledene.
Zoo zou men kunnen doorgaan. Maar geen enkele van de tijden die men op die
wijze verkrijgt, heeft een eigen vorm; voor de praktijk hebben die vergedreven
onderscheidingen dus niet de minste waarde.
R.A. KOLLEWIJN.
Naar aanleiding van een versje van Da Costa.
Om bloemen te leeren kennen, moeten we bloemen beschouwen, dikwijls en
aandachtig, bloemen van allerlei gedaante, grootte en kleur. Hebben we er eene
gevonden, die ons door wat ook boeit, ons eerste werk zal moeten zijn, haar
nauwlettend van alle kanten te bekijken, van buiten en - van binnen. Misschien
huiveren we een oogenblik, de schendende hand te slaan aan dit
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais