204
tusschen die
e
's wordt gehoord. Er zijn echter dialecten, die nog thans met meer of
minder nauwkeurigheid de scherpe en zachte
e
's onderscheiden. Zoo noemt men
b.v. in 't Oldambt een ‘heele week’ een ‘heile weeke’.
Met de
o
is het evenzoo gesteld. Sommige
o
's zijn ontstaan uit den tweeklank
au
,
andere uit den klinker
u
(
oe
).
Hoe is het nu met die verschillende
e
's en
o
's in de schrijftaal gegaan?
In het Middelnederlandsch schreef men op het eind eener lettergreep meestal
ééne
e
, en zoo goed als altijd ééne
o
1)
. Eéne
e
is dan ook gebruikelijk in woorden
als
leren
,
ere
,
enich
,
twe
enz.
Worden door enkele auteurs twee
e
's geschreven, dan geschiedt dat niet alleen,
of bij voorkeur, in woorden wier
e
klank uit
ai
is ontstaan, maar evengoed in andere.
Zoodat van een onderscheiding der zachte en scherpe
e
's in de Middelnederlandsche
schrijftaal geen sprake is. Voor de
o
geldt hetzelfde. Alleen met dit onderscheid, dat
twee
o
's op het eind eener lettergreep nog veel zeldzamer zijn dan twee
e
's.
Werd dan in die deelen van ons land (het Zuiden en Westen), waar tusschen
1200 en 1500 het meest werd geschreven, reeds geen onderscheid meer gemaakt
in de
uitspraak
der scherpe en zachte
e
en
o
? Wij mogen die vraag niet ontkennend
beantwoorden; vooral niet, waar het de
e
betreft.
Men heeft toch opgemerkt, dat in het Mnl. doorgaans vermeden wordt, woorden
met zachte
e
te doen rijmen op woorden met scherpe.
Spelen
rijmde niet volkomen
op
deelen
. Daarentegen veroorzaakte het rijmen van een zachte
o
op een scherpe,
blijkbaar geen wanklank. Rijmen als
hoghe: droghe
treffen wij herhaaldelijk aan.
Waaruit blijkt, dat de klank dier
o
's nog slechts zéér weinig verschilde.
In de 16
e
eeuw komt in dezen toestand over 't geheel weinig verandering. Eén
e
en één
o
op 't eind eener lettergreep is regel. Toch treffen wij er hier en daar,
onregelmatig en als bij toeval, ook wel twee aan. En aanleiding om er twee te
schrijven kon men vinden in het feit, dat dezelfde
e
- en
o
-klank in gesloten
lettergrepen (b.v. in
beek
en
rook
) door
twee
teekens werd weergegeven
2)
.
De eerste, die de zacht- en scherpheldere
e
's en
o
's in open lettergrepen bepaald
heeft trachten te onderscheiden, schijnt Coornhert te zijn geweest.
Het spreekt van zelf, dat hij geen onderzoek instelde naar den oor-
1) Ook wel
oe
of
oi
. Bijna nooit:
oo
.
2) Ook om den regel typografisch voller te maken schreef men soms
ee
en
oo
. B.H.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais