Engel IB144 Manual do Utilizador Página 242

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 241
194
zal Hij geboren worden, die de aarde weder aan Gods voeten brengen zal. Hij zal
een spruit zijn van Israël. Daartoe heeft God zich Israël bewaard als zijn uitverkoren
volk. Met Abraham sloot Hij zijn verbond. - Doch ook de verworpen Ismaël was
Abrahams zoon, hij had hem lief. God is ook met hèm geweest en zal altijd met hem
zijn. Het volk van Mohammed zal komen tot den Christus, den Messias die uit
Abraham is, en daarin zal Ismaël wederkeeren tot Izak, den broeder, tot Abraham,
den vader.
Ziedaar de groote gedachte, die Da Costa bezielt. Ismaël heeft Abrahams tent
verlaten, maar hij keert eenmaal weder. En van dit denkbeeld is Hagar in de woestijn
zelve hem het
symbool
. Dit gaan wij thans toelichten.
Terwijl Hagar uitgeput nederzat aan eene waterput, zonder troost, kwam tot haar
de Engel des Heeren (Jehovah). Zij dacht verlaten te zijn, maar God was met haar.
Dan verneemt zij uit des Engels mond van den zegen, die den nog ongeboren knaap
op zijne schreden volgen zal. En hij vermaant haar, dat ze weerkeere tot haar
meesteres en, gewillig haar minderheid erkennend, zich verdeemoedige. En Hagar
kéért weder. Als Da Costa ze daar ziet in haar dolen, dan moet hij denken aan
geheel dat volk van Ismaël, dat als alle volken eens zijn dwaling zal inzien en tot
den waarachtigen Heer des Hemels en der Aarde gaan.
Eerst schildert de dichter ons de Arabische woestijn met haar verschrikking. Dan
de ellendige. En als zijn blik dan lang en peinzend de velden der Geschiedenis heeft
doorweid, dan ziet hij eindelijk de vrouw van smarten weer voor zich:
Op u een laatste blik!
Op u, te midden van dier steenwoestijnen schrik,
Gij ongetrooste, gij door onweêr voortgedrevene,
Aan zielsmart en ellende en wanhoop prijsgegevene!
Gij ook
- gij gaaft in 't eind den God des hemels eer!
Hij kwam, Hij sprak tot u. De hoogten vielen neêr.
Gij gaat voor Saraas voet uw dwazen trots bekennen;
Gij wilt in Abrams tent u aan Gods ordning wennen!
Ja! (roept ge en voelt, met één, geheel uw aanzijn vrij!)
‘o God des levens! Gij zaagt neder ook op mij.’
Dit is het slot van het gedicht, en nu heeft de lezer het overzicht, dat ons bij de
beschouwing der onderdeelen steeds voor den geest moet blijven.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 241
1 2 ... 237 238 239 240 241 242 243 244 245 246 247 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários