173
in Vlaanderen: ‘men heeft van
Loopegem
’. Wie niet veel spreekt, komt uit
Stumsdorf
,
een plaats bij Halle a.S., en wie arm is, ‘geht nach
Strassburg
auf die Hochzeit’
1)
.
III.
De spotzieke volksgeest, in Nederland als overal elders, heeft, zonder overigens
oneerbiedige bedoelingen te koesteren, heiligen uitgedacht, om zekere driften en
ondeugden voor te stellen.
Sinte Luyaert
, die in onze middeleeuwsche volksliederen
zoo dikwijls voorkomt, kan tot voorbeeld dienen voor deze rubriek van populaire
scheppingen.
Vooraf echter een opmerking.
Volkstaal en volksgeloof hangen nauw met elkander samen, en oefenen op
elkander een zekeren invloed uit. De klank vermocht in menig geval een bestaande
geloof te wijzigen, ja was soms genoegzaam om zelfs het geloof te doen ontstaan;
van een andere zijde vormde zich menig woord, menige naam als direkt uitvloeisel
van het voorhanden zijnde geloof. Deze beide zijden der onderlinge inwerking van
den klank en de zaak verklaren de schepping van talrijke feiten in den volkshumor,
op het punt der heiligenvereering.
Indien de H.
Valentin
in Duitschland de schutspatroon is tegen de
vallende
ziekte
of epilepsie; Sint
Blasius
in Vlaanderen de huid
blaasjes
of zweren geneest, en in
Denemarken tegen den
blazenden
wind beschermt;
S. Lambertus
aangeroepen
wordt tegen de
lam
heid,
S. Rosa
tegen de
roos; Ste Claire
in Frankrijk om
klaar
ziende
te worden;
St. Cloud
aldaar de zweren, in 't Fransch
clou
, in zijn specialiteit heeft;
dan zijn wij in tegenwoordigheid van ideeën welke slechts berusten op wat men wel
een mythologisch woordenspel kan noemen.
Dat deze scheppende invloed van den klank reeds in 1566 werd opgemerkt, mag
eenigszins verwonderlijk heeten. De getuigenis van den zestiende-eeuwschen
Franschen schrijver Henri Estienne op dit punt, is zeer merkwaardig, althans voor
dien tijd. ‘A quelques saincts, zegt hij, on a assigné les offices suivant leurs noms,
comme (pour exemple) quant aux saincts médecins, on a avisé que tel sainct guariroit
de la maladie qui avoit un nom approchant du sien.’
Omgekeerd zijn er heiligen, voor wie een bijnaam verzonnen werd, gevormd naar
de vereering waarvan zij het voorwerp waren.
Numen
,
nomen!
en deze bijnaam
heeft soms den waren naam verdrongen. Zoo kent men in Frankrijk
St. Criard
, die
de schreeuwende kinderen geneest;
St. Languit
,
St. Vivra
,
St. Mort
, welke
geraadpleegd worden in Lorraine met het doel om de lotsbestemming van een zieke
te kennen;
St. Estropié
e.m.a., voor welke de ware naam is vergeten geworden.
Het zal, in tegenwoordigheid dezer scheppingen van den volksgeest, niet meer
verwonderen, indien de volkshumor, reeds in de middeleeuwen, zelfs voor zekere
ondeugden een patroon heeft uitgedacht. Het woordenspel, want
1)
Wie nog meer voorbeelden verlangt, raadplege Andresen,
Ueber Volksetymologie
. (4
e
Aufl.)
p. 74.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais