319
met z'n hoevelen moeten jullie daar wezen? - het antwoord meestal is: met z'n beiën,
z'n drieën, vijven, achten; - zoo, ga er maar liever met z'n tienen heen! - Ja, ‘met
z'n achten’ is stereotiep geworden, misschien wel door 't gedichtje van Beets, mee.
Het is eigenlijk een samenstelling; anders moest het wezen: ‘met
ons
drieën, achten,
etc.; met
u
-beiën, etc.’ Ook dat wordt nog gezegd. Maar 't andere heeft evenveel
recht. Het is zoogenoemd ‘door analogie’ ook bij
wij
,
jullie
,
zij
geplaatst. Als alle
andere gebruikelijke analogie mag het niet veranderd of afgekeurd.
Men denkt toch ook niet
alleen
aan het syntaxiaal verband van het oogenblik;
men denkt aan andere constructies ook
1)
; evenals bij de woorden en woordgedeelten,
waar ik het hiervoren over had, men zich vroegere formatie en gelijksoortige
vormingen herinnert
2)
.
3. Tegen een jongen, die overal op klautert, overal met z'n handen aanzit, in plaats
van wat beters uit te voeren, zal men met zekere verontwaardiging zeggen: ‘wel
zeker, ga jij je gang maar, doe niet(s), klim overal op, zit overal aan!’ En van zoo'n
zelfden jongen: wat is dat een zit-overal-aan, klim-overal-op; zoo'n doe-niet(s)
3)
.
Een jongen slaat een ander; en een paar welwillende bijstanders roepen: geef
'em maar van klinkum (klinktum), patsum (patstum), raak 'em (rakum)!
Nu kan men vragen, is er wel ooit, in imperativo gezegd van: klink 'um (= hem).
Dit hoeft evenwel ook niet. Men heeft gezegd, b.v.: raak 'em, bij wijze van
aanmoediging; en die aanmoediger zei later: wat kreeg-die van raak 'em; en bij een
volgende gelegenheid: ‘geef 'em maar van raak 'em, klinkum’, of van ‘patsum’, meer
doelend op het geluid dat hij er bij hoorde. En zoo kon Staring schrijven:
een treê, van klink!
4)
't Kan net zoo goed ‘klinktum’, ‘patstum’, enz. wezen; daar de
1) Hier moet niet tegen aangevoerd: je doet beter aan een ding tegelijk te denken; alles hangt
onderling en met mekaar samen, ook in de taal bij levende menschen; dat verband voelt men
vaak meer dan men 't opmerkt: geen wonder. Men moet eerder hier z'n verstand op scherpen,
dan op het fixeeren van een moment, losgemaakt van al de anderen.
2) Over analogie later meer. Zie al
Taal en Letteren
, I, passim, o.a. 21/2, 123, 158, 169, noot.
3) Vgl. ook ‘brui-heen!’ - En ‘het brui-heen drinken’ (van Dale-Manhave).
4)
Zwolsche Herdr
., VII, blz. 21, 91. - Vijgh, Jaep Rontvoet (1645): een Feest van klincken;
Bormeester, Ontrouwe Dienstmaagt (1661): das en woord van klink, (Kollewijn).
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais