236
De klankleer op de school.
Van alle dingen die uitnemend geschikt zijn om een mensch uit zijn humeur te
brengen, is er één, dat de kroon spant; nm. de vervaardiging van een Nederlandsche
Spraakkunst voor schoolgebruik. Meent men dat het absoluut noodig is zulk een
taak op zich te nemen, dan komt men er onophoudelijk toe om met zijn
wetenschappelijk geweten te transigeeren. Formuleer zoo juist mogelijk - en ge zijt
voor de jeugd de onverstaanbaarheid en duisterheid zelve. Tracht de dingen practisch
toe te lichten en voor jeugdige hersens begrijpelijk te maken - en uw wetenschap
en uw practijk raken samen aan het stoeien: het gevolg is vaak een
onwetenschappelijk, zij het dan ook een zeer weldadig knoeien. Dat er schadelijke
waarheden bestaan, weet elk docent die voor zijn taak berekend is: en dat er
heilzame onwaarheden bestaan, die men verkondigt omdat ze in de practijk der
school onmisbaar zijn, is voor niemand dan een warhoofd een geheim Hier geldt
niet het
non scholae sed vitae
, maar juist het omgekeerde
scholae id est vitae
.
Beknopte taalregels moeten er worden ingestampt om, kan het zijn, den mensch
tot zijn jongsten snik bij te blijven. Of zulke dingen tegen de critiek der wetenschap
bestand zijn, doet er strikt genomen niets toe. Hieruit de gevolgtrekking te maken,
dat een zekere mate van wetenschappelijke vorming niet tot de
desiderata
zou
behooren voor den jeugdigen mensch, is weer een ander uiterste. En alle uitersten
zijn verkeerd. Om wat wetenschappelijk vaststaat in behoorlijken vorm der jeugd
mee te deelen, daartoe behoort veel takt en veel talent. Maar om wat voor de
rechtbank der wetenschap niet bestaan kan, toch te verkondigen, omdat het zóó
en niet anders voor onontwikkelden te formuleeren is, daartoe wordt vereischt een
groote mate van zelfbeheersching en gezond verstand, helaas een schaarsch artikel
onder geleerden en ongeleerden.
Ik geloof niet dat er velen zullen zijn, die hierin met mij van meening zullen
verschillen. Alleen doet zich telkenreize de vraag voor: hoe ver kan men gaan? Over
elk speciaal punt kunnen de gevoelens verdeeld zijn. En wat den doorslag geeft, is
ten slotte weer de practische ervaring, die men alleen op de school en niet daarbuiten
opdoet. Daarom geloof ik goed te hebben gehandeld, toen ik de herhaalde
‘herzieningen’ mijner zoogenaamde
Nederlandsche Spraakkunst
moede werd en
aan een bevoegder autoriteit de moeilijke taak opdroeg om voor de ‘omwerking’ en
de redactie van den tekst in den vervolge zorg te dragen. Alleen de
Beknopte
Spraakkunst
bleef om den Uitgever tevreden te stellen onder mijne hoede. Ik heb
er spijt genoeg van.
De Heer Boer heeft de goedheid gehad mij in de vorige aflevering van dit Tijdschrift
op een paar inconsequenties en onjuistheden te wijzen, die ik dankbaar accepteer.
Waarom deden anderen niet desgelijks? Zeker is de
i
van den uitgang
isch
niet
‘gerekt’; maar in aansluiting aan de bekende
Grondbeginselen
behield ik den term
tot in den zesden druk - ongelukkigerwijze bleef § 48 (N
o
. 3) in haar oorspronklijken
vorm staan, vandaar de door
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais