296
kunstenaar afwijkt en op geenerlei wijze op den Engel zinspeelt, moeten we die
onderstelling toch laten varen. Wel denkt hij aan de plaat, ziet hij haar zelfs, maar,
hij zelf is het, die de vertroosting en het gebod des Engels haar in den geest toeroept.
In den geest dezer opvatting hebben wij de regels ook verklaard. - Den lezer is nu
meteen dat
meer dan één belofte
historisch toegelicht.
GRAMMATICA. 22. In
van stormen onbewogen
zou men
van
kunnen opvatten als
‘wat-aangaat’, maar het heeft misschien de voorkeur
van
= ‘door’ te nemen; dan
voelen wij
onbewogen
zich splitsen in de negatie ‘on’ = ‘niet’ en
van stormen
als
bepaling bij
bewogen
=
niet
door-stormen-bewogen. In dit geval zou
bewogen
in
onbewogen
het verl. deelw., in het eerste geval zou
onbewogen
een adjectief zijn.
Eerlang
in 27 is letterlijk
voor lang:
‘eer’ is hier nog, wat het oudtijds zijn kon, een
voorzetsel;
lang
is substantive gebruikt; vgl. opnieuw, voorzeker, overluid, op dezelfde
wijze gevormd.
Alreede
(28) is samengesteld uit
al
en
reede
, dat = is aan
reeds
, maar anders
gevormd; vgl. ‘alreeds’;
al
is versterkend als in
alras
, e.d.
Onbedacht
(30) van
bedacht
, dat het deelwoord is van
zich bedenken
, evenals
beraden
(‘vastberaden’) en
onberaden
van ‘zich beraden’;
bezonnen
en
onbezonnen
van
zich bezinnen
; die werkwoorden beteekenen: denken, te rade gaan, zinnen bij
of in zich zelf. Men merke op dat deze verleden deelwoorden actieve beteekenis
hebben. -
Bedacht zijn op iets
(oorzakelijk voorw.) beteekent, ten opzichte van een
enkele zaak: het niet uit het oog verliezen, er wel goed aan denken. Van hem gezegd,
die met zijn zinnen
steeds
goed bij zijne dingen is, beteekende
bedacht zijn
dan
eertijds: verstandig en voorzichtig zijn. Vandaar ons ‘onbedacht’ als synoniem van
‘onvoorzichtig’, ‘onnadenkend’. Vgl. onbedachtzaam.
32.
Kèèr tot geen land van Cham
is
nadrukkelijker
dan
keer niet tot het land etc
.
Vgl. ook uit de taal van het dagelijksch leven: ‘verlaat je nièt op vrienden’ en ‘verlààt
je op geen vrienden’. Met
geen
, krijgt het
werkwoord
den vollen klemtoon. Vgl., in
de aant. wijs: ‘Ik vertròùw geen valschaards’ en ‘Vàlschaards vertrouw ik niet’.
't hart
(34):
het hart
d.i.
dàt
hart n.l. dat rebelleerende, het schuldige, het ùwe.
35:
brood en water:
vgl. 27-28. - Wat is het geslacht van
heul?
36-37: het verband van
gevolg
tusschen
Wees dienstmaagd
en het volgende is
op géén andere wijze uitgedrukt dan in de nauwe verbinding der gedachten door
middel van
en:
hoe hàd het anders gekund? Oòk met ‘zoodat’? Tusschen
zal groot
zijn
en het volgende is redengevend verband:
want
. Dichters kunnen geen
voegwoorden gebruiken, evenmin als het gemoed van redeneering houdt. Natuurlijk
is in dezen zin
die woning
onderwerp. -
Omvat
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais