Engel IB144 Manual do Utilizador Página 400

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 399
344
In 't vrouwelijk is het natuurlijk haar; 'r, of d'r (fonetisch
ər
,
dər
).
Evenals in de pluralis:
zij gingen voor de lui der bed staan (Beets). - Zij namen der-lui der wapens af.
Het wordt al meer en meer suffix; wat is 't in ‘Anna-der japon’, ‘moeder 'r muts’,
anders dan een uitdrukking van het genitief verband?
In 't Vlamingsche land gebruiken ze deze vorming ook, maar daar luidt die
geregeld: ‘sen’ ‘s'n’: wie sen boek is dat? den deen sen boek; en wordt dit naar
analogie ook bij vrouwelijke woorden geplaatst
1)
; moeder sen boek, 't is daar als
formule geworden, als bij ons: wij met z'n achten.
31. Maar flectie kan ook nog op andere manier worden. Lang al gebruikte men,
even goed als nu, het adjectief op -
lijk
om eenzelfde verband aan te duiden
2)
: de
koninklijke stallen (= de stallen van den koning), - de stedelijke raad; stedelijk
museum; stedelijk archivaris.
Voor het taalgevoel is stedelijk, koninklijk, etc. nu de tweede naamval bij
stad, koning. Men moet er aan denken dat voor het taalgevoel geen spraakleer
bestaat; op de vraag: hoe zou je ‘de inkomsten van de stad’ anders kuunen zeggen?
zal men ten antwoord krijgen: ‘de stedelijke inkomsten’, evenvaak, zoo niet vaker
als de stadsinkomsten; vraagt men evenwel - maar dan moet het aan een
hedendaagsche ‘erudit’, een ontwikkelde wezen - wat is de genitief van ‘stad’? dan
twijfel ik sterk of hij wel ooit ‘stedelijk’ zal noemen - en toch was dit eigenlijk
grammaticaal juist.
Op deze wijze wordt - met de voorzetsels - de genitief meestal uitgedrukt.
Zoo ontstaat in onze taal, die zoo goed als deflectief is geworden, weer een
flectie-vorm - in 't nederlandsch is 't eigenaardig de genitief.
Zoo ontstaat elke flectie; zoo werd ze ook in vroeger tijd.
32. Van die vroegere vormingen is er nog een bewaard: een heel oude. Alleen, zoo
iets blijft meest in bepaalde constructies, soms fungeert die heel afzonderlijk.
We spreken in den regel van:
ooms jas. - vaders hoed. - mans hand boven. - keizer Karels hond.
1) Vgl. Vercoullie, Schets Histor. Spraakleer, blz. 49, 2.
2) Zie hiervoor blz. 299.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 399
1 2 ... 395 396 397 398 399 400 401 402 403 404 405 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários