84
De lezer zal zeker met ons voor deze beide groepen de voorkeur geven aan de
laatste wijze van vervanging, ofschoon hij tevens opmerken zal, dat de spreker nooit
de bedoeling heeft, den inhoud van het eerste lid:
er is geen mensch
,
ik heb dat
nooit gedaan
als een mogelijk geval te stellen.
3. Niemand is zoo wijs, indien hij niet nog iets kan leeren. Òf niemand is zoo wijs,
òf (als iemand wel zoo wijs is) hij kan nog wel iets leeren.
Hier laten ons de beide voegwoorden in den steek: geen van beide geeft aan het
geheel een' verstandigen zin.
4. Het duurde niet lang, indien het hem niet begon te vervelen. Òf het duurde niet
lang, òf (als het wel lang duurde), het begon hem te vervelen.
Ook hier kan ons geene van beide verklaringen bevredigen.
5. Het scheelde niet veel, indien hij niet gekozen was. Òf het scheelde niet veel, òf
(als het wel veel scheelde), hij was gekozen.
Hier geeft de eerste wijze van verklaring een' vrij duidelijken zin, vooral wanneer
men het tweede lid vooraan plaatst. De tweede zou ons daarentegen eerder aan
het omgekeerde van de bedoeling des sprekers doen denken.
6. Ik weet niet beter, indien hij niet springlevend is. Òf ik weet niet beter, òf (als ik
wel beter weet), hij is springlevend.
Ook bij deze groep geeft de vervanging van
of
door
indien
een' vrij goeden zin:
Aangenomen dat hij niet springlevend is
,
ik weet niet beter
. Zoo ook:
Ik dacht niet
anders
,
of er had eene aardbeving plaats = Aangenomen dat er geene aardbeving
plaats had
,
ik dacht niet anders
, dus:
ik dacht zoo
.
7. Ik twijfel er niet aan, indien hij niet terug zal komen. Òf ik twijfel er niet aan, òf
(als ik er wel aan twijfel), hij zal wel terugkomen.
Hier geeft geene der wijzen van vervanging de bedoeling des sprekers weer.
Vatten wij nu de uitkomst van dit onderzoek samen, dan komen wij derhalve tot
het besluit, dat noch het tegenstellende, noch het voorwaardelijke
of
eene behoorlijke
verklaring der beteekenis van alle groepen mogelijk maakt. Voor de groepen 1 en
2 moesten wij de voorkeur geven aan het eerste, voor 5 en 6 aan het laatste; voor
3, 4 en 7 kon geen van beide ons helpen.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais