278
De praedicatieve bepaling.
Onder de bepalingen in den enkelvoudigen volzin komen er voor, die niet een der
attributen of bijbehoorende kenmerken noemen van het zinsdeel, dat zij bepalen,
maar die tot dat zinsdeel in dezelfde betrekking staan als een gezegde tot zijn
onderwerp. Die bepalingen heeten daarom niet attributief, maar praedicatief en
dragen ook wel den naam van
praedicaatswoord
. De praedicatieve bepalingen of
praedicaatswoorden in al hunne verscheidenheid, zoowel wat vorm als wat gebruik
aangaat, nader te beschouwen en de eigenaardigheden, die zich daarbij voordoen,
zoover doenlijk te verklaren, is het doel van dit opstel.
Nemen we daartoe eerst als voorbeeld den volzin:
wij zien den schoorsteen rooken
,
dan merken we daarin op, dat aan het lijdende voorwerp
den schoorsteen
eene
handeling wordt toegekend, die hier is uitgedrukt door het werkwoord
rooken. Rooken
is hier in dezen zin eene bepaling bij schoorsteen, maar geene attributieve bepaling;
de betrekking tusschen
den schoorsteen
en
rooken
is die van onderwerp en gezegde;
rooken
is in dezen zin
praedicaatswoord
bij het lijdende voorwerp
schoorsteen
.
Die betrekking tusschen dat lijdende voorwerp en zijn praedicaatswoord komt
nog duidelijker uit, wanneer we lijdend voorwerp met praedicaatswoord uitbreiden
tot een voorwerpszin, waarin dan dat lijdende voorwerp het onderwerp en het
praedicaatswoord het gezegde wordt. Het voorbeeld
wij zien den schoorsteen rooken
wordt dan:
wij zien
,
dat de schoorsteen rookt
. In beteekenis is tusschen deze
uitdrukkingen geen verschil, - wel in vorm. Waar in de tweede uitdrukking de
toekenning van de handeling
rooken
aan het onderwerp
schoorsteen
geschiedt in
een volledigen zin, moet die toekenning natuurlijk op de gewone wijze worden
uitgedrukt; m.a.w. in:
wij zien
,
dat de schoorsteen rookt
wordt tusschen het onderwerp
schoorsteen
en het gezegde
rooken
de koppeling uitgedrukt door den nominatief
van het onderwerp en den persoonsvorm van het werkwoord. Dit nu geschiedt in
de eerste uitdrukking niet.
Schoorsteen
blijft staan in den accusatief als lijdend
voorwerp bij het werkwoord
zien
, terwijl de handeling
rooken
, die aan
schoorsteen
als gezegde wordt toegekend, in eene onbepaalde wijs eenvoudig wordt genoemd.
Bij
praedicaats-woorden
wordt dus de
koppeling
niet uitgedrukt.
Indien het werkwoord, dat als praedicaatswoord dienst doet, tot de objec-
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais