131
zijn: van gelukkig zijn en smachten; van kalme rust en stillen vrede en - den
rusteloozen arbeid en strijd in de samenleving; van tedere individueele idealen en
- de samenleving andermaal, die het individueele slechts weinig duldt, die het
algemeene
beter
vindt. Dan kan een eenzaam avondlandschap een symbool dier
hoogere wereld worden. Dan kan een eenzaam berglandschap de sluimerende
smart wakker roepen en zelf een beter vaderland schijnen dan de schoone wereld.
Romantisch staat wel, min juist, voor ‘schilderachtig’, ‘pittoresk’. In enger zin, en
juister, kenmerkt het romantisch landschap zich door eenzaamheid en stille
verhevenheid: het plaatst ons buiten het gewoel der menigte, het wekt een zachte
en fijne muziek van gewaarwordingen, die in het gewoel nauw hoorbaar op den
bodem des harten blijft.
Laten wij een dieper blik werpen in die dichterziel. In de samenleving gevoelde
Van Beers zich in zijn jongelingstijd niet thuis; zijne behoefte aan sympathie bleef
er onvoldaan; de grovere gevoelens die daar het hoogste woord voeren, de ruwere
krachten die daar werken, kwamen in botsing met zijn teeder gestel en dit bezweek;
hij trok zich terug uit de werkelijkheid, met enkele zijner verkorenen, en vormde zich
het denkbeeld van een idealen toestand, waarin één innige sympathie alle
schepselen doordrong en vereenigde, en deze nieuwe wereld beschouwde hij als
de hoogere werkelijkheid, die hij die trouw zocht, vinden moest. De
Natuur
, dat was,
in zijne lievelingsdroomen, de wereld gelijk zij uit Gods hand was voortgekomen:
enkel aangenaam - enkel goed, enkel schoon. Het menschdom was daar een enkel
paar: de dichter en de uitverkorene: Adam en Eva, in het Paradijs. Allengs wordt
die Natuur met meer schepselen gestoffeerd: kinderen en kleinkinderen dartelen
er om. Juist dit was het ideaal: de patriarchale familie van zuiveren bloede uit de
kindsheid der volken, die geen omgang met de heidenen kent.
Het is de Idylle uit het
Boek Genesis
. Maar de Hebreeuwsche poëzie erkent, dat
arbeiden in het zweet des aanschijns heden ten dage een wet is. Van Beers liet
zich met dit feit in zijne droomen ongaarne in. Zijn patriarchaal gezin had hem licht
een vergezicht in de toekomstige samenleving kunnen schenken. Want hij heeft
zijne kinderen het genot gegund zich vrouwen en mannen te kiezen en, evenals hij,
zich neer te vlijen onder den wilgenboom en tuiltjes te plukken; hij zal het dus hunne
nakomelingen niet weigeren; en al is het één groot dichtergeslacht (de kleinzoon
immers, die nog een kleine is, dicht reeds op het Gouden Bruiloftsfeest!), wanneer
het tot honderdduizenden, tot millioenen eenmaal, zal zijn aangegroeid, dan zal er
zich van lieverlede eene maat-
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais