339
suffix, wie spreekt er nog -lijk uit? 't Heeft zich afgezonderd van het substantief
lijk
1)
, dat ook in gewijzigde beteekenis ‘gestorven wezen’ nog bestaat en dat met
korte i nog in ‘lik-doorn’, en ‘lit-teeken’, en ‘lic-haam’ kan herkend, als 't moet.
Maar bij 't suffix is - even als bij elk woord dat woordvormsel wordt - de
beteekenis sterk verruimd.
Komt dit -lijk ook voor in ‘huwelijk’? Maar dit is een substantief? Nu, er zijn wel
meer adjectieven substantief geworden. Maar is 't een adjectief, en op -lijk, hoe dan
de beteekenis te verklaren?
't Is wat anders. 't Is een mooi woord om een taalkundig verschijnsel, waar ik later
opmerkzaam op maken moet, te demonstreeren
2)
.
In het middelnederlandsch bestond waarschijnlijk al niet meer zelfstandig het
woord -leec, dat als laatste lid voorkomt in twee woorden vechteleec en
huweleec. 't Was oorspronkelijk een substantief: ‘leek’
3)
= spel, dans. Het
voornaamste deel, voor 't geheel, duidde men er mee aan. Weldra was 't niet meer
dan: huwelijks-, vecht-feest
4)
. Het werd een begrip, waarbij niet meer aan ‘feesten’,
maar alleen aan 't essentieele = huwen, gedacht werd. Nu is ‘vechteleec’ verloren
gegaan; maar ‘huweleec’ is bewaard; alleen werd -‘leec’ in ‘lik’ (geschreven -lijk)
gewijzigd
5)
. Het laatste dat veel gewoner was, en tallooze malen voorkwam, zat veel
vaster in 't geheugen, en verving gemakkelijk derhalve het andere.
27. Hier is dus ten gevolge van analogie de eene uitgang door een ander
vervangen. Daardoor is 't vaak moeilijk te zeggen of in een bizonder geval het woord
een oude samenstelling, dan wel een afleiding is.
Zoo is niet uit te maken of leidsel uit ‘leid + sel’, het suffix, bestaat, dan of het
samengesteld is uit ‘leid + seel’, het touw om te sturen.
In dit laatste geval staat het gelijk met wereld uit ‘wer + alt’,
1) Gotisch ‘leik’(n) = vleesch, lijf, lichaam. - Waíraleiks = man-lijk, mannelijk lichaam hebbend.
2) Zie beneden, blz. 356/7.
3) Got. laiks = dans, angelsaks. lâc, (neutr.) = spel, kamp.
4) Vgl. spel in de M.E. steekspel, tournooispel.
5) Voor de beteekenis kan engl. ‘bridal’ = bruiloft vergeleken; eig. bride-ale
(ags-brŷd-ealo), bruidsbier. Het huwelijk werd èn met zang en dans èn met de noodige
dronken gevierd. Vgl. bij het laatste brŷdealo de Drentsche kraambieren, waarover Drentsche
volksalmanak, 1832(?) - J. Scheltema, Over vrijen en trouwen, waar de meedeelingen over
de Geldersche Graafschap in van Staring zijn. - En het duitsche ‘kindelbier’.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais