Engel IB144 Manual do Utilizador Página 125

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 124
77
De beschouwing dezer volzinnen geeft aanleiding tot twee vragen, die min of meer
met elkander in verband staan:
1
o
. Is het voegwoord
of
, dat de samenstellende deelen verbindt, het
tegenstellende (disjunctieve) voegwoord
of
, dan wel hebben wij daarin het
oorspronkelijk voorwaardelijke voegwoord
of
te zien?
2
o
. Zijn dus de samenstellende deelen nevenschikkend of onderschikkend, m.a.w.
is het tweede lid een bijzin of niet?
Voordat wij trachten een antwoord op deze vragen te geven, moeten wij eerst
nagaan, in welken vorm deze samengestelde zinnen in de vroegere perioden onzer
taal voorkomen. Raadplegen wij daartoe allereerst die van het Middelnederlandsch.
Wij merken dan op, dat toen in al de bovenstaande gevallen de samenstellende
deelen los naast elkander werden geplaatst en dat in verband hiermede het tweede
lid steeds de gewone woordschikking had. Maar dat tweede lid bevatte gewoonlijk,
wat het tegenwoordig mist, het ontkennend bijwoord
ne
of
en = niet
. Ten bewijze
dienen de volgende voorbeelden:
1. Daar ne was no groot no cleyne, sine liepen ten veinstren harentare,
Walew
. 207.
En was creature negene, sine stonder in gescreven,
Flor
. 902. In alt lant sone bleef
beeste, soene starf ja,
Rijmb
. 3895.
2. Wine lieten ons noyt enen ontfaren, wine daden hem pine,
Walew
. 3993. In sal
mogen scriven no lesen, gine doet Blancefloer met mi gaen,
Flor
. 308. Hine mochte
nieuwer neder gliden, hine viele int water in allen siden,
Walew
. 668. Noint began
hi ghenen strijt, hine vragede emmer eerst an Gode, of dat ware sine geboden,
Sp.
3
3
, 16:35.
3. Daers geen so arm onder die garsoene, hem ne dunct, dat hi si so rike, dat hi
den hogesten cume gelike,
Flor
. 1736. Daer ne was in ghene stede slot so vast, het
en ondede, so waer die dode quam,
Walew
. 8402.
4. Onlange es hi daer bleven, si (de stad) en wert hem opgegeven,
Lorr
. I, 1522.
Niet langhe so ne sijn si daer comen, sine hebben Moriane vernomen,
Mor.
4138.
Onverre gingic, ic en vant Dedute daer op een plain,
Rose
, 664. Nauwelic was dat
woert gesproken, daer en quam als ene vlamme vuers neder van den hemel,
Proza
,
100.
5. Dat cume bleef, hine ware gevallen,
Limb
. VI, 1087. Het gebrac wel cleine,
mine hadde bedrogen ene joncfrouwe,
Lanc
III, 4533.
6. So ne maget niet sijn, gine sult eeren den Heere (aangeh. Stoett, Mndl.
synt.). En mocht niet sijn, sy en waren onvroe,
Troyen
, 4884.
7. Wien twifelt des, ghine moghet doen dat ghi ghebiet over mi,
Rein
. 1838. So
ne esser geen twifel ane, hi en si goet ende getrouwe,
Rose
2741.
Let men nu op de logische betrekkingen, waarin het tweede lid in deze volzinnen
tot de eerste staat, dan bemerkt men, dat deze van zeer
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 124
1 2 ... 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários