66
als een gek zich gedraagt
,
als men eene zuster bemint
,
als eene mug om de kaars
draait
.
2
o
. In de tweede plaats komen die gevallen, waarin wel niet hetzelfde werkwoord
kan aangevuld worden, maar een persoonsvorm van
doen
of
zijn
, de werkwoorden,
die eene werking of een toestand zeer algemeen aanduiden. B.v.:
Ik zal niet
,
als
een lichtzinnige dwaas
,
mijne zolen met ijzer beschoeien. Een man als mijn vriend
laat zich niet zoo licht uit het veld slaan
. Men kan hierbij denken:
als een lichtzinnige
dwaas doet
,
als mijn vriend is
.
3
o
. Doch zelfs die aanvulling met
doen
of
zijn
is vaak onmogelijk. Er zijn, in de
derde plaats, een aantal gevallen, waarin de vergelijking met
als
volstrekt niet meer
aan een zin doet denken. B.v.:
Daar was een leven als een oordeel. - Je wordt een
kerel als een boom
. Ook met bijvoeglijke woorden:
Even grondige als geestige
studien
.
In zulke gevallen nog van onvolledige vergelijkende zinnen te blijven spreken is
naar onze meening zeer verkeerd. Men miskent daardoor de ontwikkeling van de
vergelijkingen met
als
, die, van oorsprong onvolkomen zinnen, eng verbonden aan
het werkwoord in den eersten zin tengevolge der samentrekking, al zeer spoedig
een veel vrijer gebruik verkregen en zich als eenvoudige vergelijkingen bij
zelfstandige en zelfs bijvoeglijke woorden voegden.
Tot die nauwere aansluiting aan voorafgaande zelfstandige woorden kan men de
sub 2
o
. bedoelde gevallen, waarbij
doen
of
zijn
gedacht kan worden, als een
overgang beschouwen. Zij wordt nog klaarblijkelijker door de gelijkheid in naamval
met het voorafgaande zelfstandige woord, die wel geen regel is, maar toch genoeg
voorkomt om te bewijzen, hoe bedenkelijk het is, maar steeds van onvolledige
vergelijkende zinnen te spreken. B.v.:
Dat gaat een eenvoudig man als mij te hoog.
Met iemand als hem kan men niet opschieten. Hoe kunt gij iemand als hem zoo iets
vragen
. Van Lennep schrijft
1)
:
Hoe zoudt gij dan van een armen nar als mij vergen
,
dat hij het in een uurtje vertelde?
Wij komen later op die naamvalskwestie terug; doch meenen alvast recht te
hebben tot deze stelling: Er zijn vele gevallen, in welke de vergelijkingen met
als
niet meer als onvolkomen zinnen mogen beschouwd worden. Voor die gevallen in
de eerste plaats slaan wij den term vergelijking voor, doch zouden het eene
groote vereenvoudiging achten om haar tevens te gebruiken voor alle vergelijkingen
zonder persoonsvormen, dus ook voor de sub 1
o
. en 2
o
. bedoelde. Immers, al
1) Voorbeeld, ontleend aan
Terwey
,
Ned. Spr.
, § 96.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais