Engel IB144 Manual do Utilizador Página 276

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 275
228
vanouds door grooten eenvoud in kleeding en leefwijze en door stemmige zedigheid
van gedrag. Dat zij hierom wel eens aanstoot leden en dat die uitwendige
stemmigheid niet altijd samenging met echt vromen zin, is wel te begrijpen en zoo
wordt
fijn
hier ook met een tintje van ironie voor
vroom
gebruikt; vgl. Starters liedje:
Ick vrijden op een tijt een zoet mennisten zusje
, enz.
vs. 26.
een bloode pimpelmees
. Eene pimpelmees is eene blauwe mees, ter
grootte van een sijsje. Waarom juist de naam van dit vogeltje gegeven is aan teere,
zwakke jongemannen en meisjes, is niet duidelijk. In de 18
e
eeuw zei men van
dergelijke wezentjes:
Hij is een recht pimpelmeesje
,
zij is een pimpeltje
, enz. en het
hd. heeft nog
pimpelig
in den zin van ‘zwakkelijk, teer, kouwelijk, nietig.’ Reeds bij
Maerlant is de mees in de knip het beeld van den verdrukten rechtvaardige. Zie
Verwijs,
Stroph. Gedichten
, I, 13.
vs. 33.
schorre strijkstok
, enz.:
als schorre
‘krassende’
strijkstok
, enz.
Zij
in vs.
35 is: hare hand. Zoo beteekent de zin: hare hand speelt als strijkstok op de vedel,
welke laatste bestaat in
een paar gebaarde wangen;
deze krijgen dus links en rechts
streken
‘vegen, slagen.’
vs. 38.
beugel:
‘zilveren ring,’ hangende aan een' ketting van hetzelfde metaal;
daaraan was de beugeltasch bevestigd.
bouwen
, mv.
bouwens:
‘vrouwen-bovenrok.’
haak
, waarmede de ketting aan den gordel hing.
huik:
een opperkleed, eene soort
van mantel, aan eene kap, die van eene knoop of pluim voorzien was, op het hoofd
bevestigd. De vrouwen hingen de huik zoo, dat zij zoo goed mogelijk beveiligd waren
tegen regen en wind. Vgl. de zegswijze:
de huik naar den wind hangen
.
vs. 39.
pronk
en
puik
komen hier als adjectieven voor, bep. van gesteldheid bij
alles
.
vs. 40.
heinde en veere;
eig.
van heinde en verre
.
vs. 43.
't klappen van zijn schijven:
‘'t klinken van zijn geld.’ Het geld om den vorm
vergeleken bij de schijven van het damspel. Deze
klappen
inderdaad; metaal
klinkt
.
vs. 44.
lansk
, gewoonlijk in de 17
e
eeuw
lanst
, ook wel
lantser
(Cats),
lansert
,
beteekende allereerst ‘soldaat’, daarna ‘vroolijk gezel, pretmaker.’ Het woord is
verkort uit
lansknecht
‘lancier’ of
landsknecht
‘soldaat.’
vs. 45.
wulp
, bijvorm van
welp:
‘jong van honden en andere dieren’ en vandaar:
‘dartel, lichtzinnig mensch, doordraaier.’ Vgl.
bun
en
ben
,
burrie
en
berrie
,
hun
en
hen
, enz.
vs. 47.
Duimkruid
, een der schertsende benamingen voor ‘geld.’ Men denke
daarbij aan
kruid
in de oude beteekenis van poedervormige stof, die men tusschen
duim en vinger fijn wrijft. Dezelfde beweging nu maakt men ook bij het geldtellen.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 275
1 2 ... 271 272 273 274 275 276 277 278 279 280 281 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários