144
wijs aantreffen in de zinnen: ‘
Hij zou
om tien uur uit Rotterdam
gaan
en zal dus nu
wel hier wezen’ en ‘
Hij zou
den brief voor het eind der vorige week aan zijn vader
hebben gezonden;
deze kan dus volkomen op de hoogte zijn van de zaak.’
Een nauwkeurige beschouwing van zinnen als
hij zou gaan
(aant. wijs) kan ons
op het spoor brengen van een juiste verklaring. Ongetwijfeld hebben wij te doen
met eeu toekomenden tijd; maar in die toekomst heeft men zich gedacht, niet van
het tegenwoordige oogenblik uitgaande, maar van een tijdstip in het verledene. De
zes tijden die wij reeds dadelijk hebben gevonden, hebben alle éénzelfde
uitgangspunt:
het tegenwoordig oogenblik
. De twee tegenwoordige tijden hebben
betrekking op het oogenblik zelf, waarop wij ons bevinden; de twee verleden tijden
zijn verleden ten opzichte van het tegenwoordige oogenblik; de twee toekomende
tijden zijn toekomend ten opzichte van het tegenwoordige oogen blik.
Maar dat tegenwoordige oogenblik behoeft het uitgangspunt niet te zijn. Dat
uitgangspunt kan in het verledene liggen. Dan worden de twee tegenwoordige tijden
beschouwd ten opzichte van dat oogenblik in 't verledene; de twee verleden tijden
zijn verleden ten opzichte van het in 't verleden liggende uitgangspunt; de twee
toekomende tijden zijn toekomend ten opzichte van dat oogenblik in 't verledene.
En ook kan het uitgangspunt liggen in de toekomst. Ook dan weer zijn de tijden
tegenwoordig, verleden of toekomend, ten opzichte van dat in de toekomst liggende
uitgangspunt.
Zoo komen wij dan tot het volgende schema:
A. UITGANGSPUNT:
Het tegenwoordig oogenblik
.
III.I.II.
De handeling ligt ten
opzichte van het
De handeling wordt ten
opzichte van het
De handeling ligt ten
opzichte van het
uitgangspunt in het
toekomstige
en is:
uitgangspunt zelf
beschouwd en is:
uitgangspunt in het
verledene
en is:
a
. onvoltooid.
a
. onvoltooid.
a
. onvoltooid.
b
. voltooid.
b
. voltooid.
b
. voltooid.
B. UITGANGSPUNT:
Een oogenblik in 't verledene
.
III.I.II.
De handeling ligt ten
opzichte van het
De handeling wordt ten
opzichte van het
De handeling ligt ten
opzichte van het
uitgangspunt in het
toekomstige
en is:
uitgangspunt zelf
beschouwd en is:
uitgangspunt in het
verledene
en is:
a
. onvoltooid.
a
. onvoltooid.
a
. onvoltooid.
b
. voltooid.
b
. voltooid.
b
. voltooid.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais