Engel IB144 Manual do Utilizador Página 1

Consulte online ou descarregue Manual do Utilizador para não Engel IB144. bekijk - digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren Manual do Utilizador

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes

Resumo do Conteúdo

Página 1 - Taal en Letteren. Jaargang 2

Taal en Letteren. Jaargang 2bronTaal en Letteren. Jaargang 2. W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle 1892Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/_ta

Página 2 - Register

93H (de letter -)344haar, 'r, d'r, bezitt. vnw.: om den genitiefuit te drukken223haar op de tanden hebben223hachjen341-hand en -lei + soort

Página 3

53toelichting het eerst willen geven, doch voor het overige achten wij deze orde vanbehandeling den rechten weg naar het doel. Men ziet duidelijk, dat

Página 4

54Van etymologieën die op de examens in trek zijn zegge men kort engoedwat ervan is; men wachte zich de oplossing der moeielijkste vragen den leek voo

Página 5

55der onderschikking inofveranderd kan worden? Bladz. 23 doet ons vragen: iserinnerenvaninnen?Zal men niet aan willekeur bij Potgieter denken, als men

Página 6

56met het oog op het examen, ter wille van den studeerende, nieuwe beschouwingen,gelijk wij ze pag. 22 (vgl. 56), 48 (over eigenlijke en oneigenlijke

Página 7

57oefening nà de paraphrase opgevat. Doch dit nu daargelaten, overtreffen dezeopgaven de beoordeelde verzamelingenExamenwerkop menige bladzijde in geh

Página 8

58‘koets’ = bed: hoe in verband te brengen met de gewone beteekenis van ‘koets’(116); afleiding van ‘heulsap’; van ‘straks’ (119); de grammatische fig

Página 9

59de afzonderlijke, geannoteerde uitgave bezorgd, die wij hier wenschen te bespreken.De tijden, waarin men letterkundige werken uit vroeger eeuwen lie

Página 10

60klap, l.klop;blz. 17So sollen, l.Se sollen;blz. 18verstand, l.verstaen;blz. 19pleeeh, l.pleech;blz. 21kreecher een, l.kreecher wel een;blz. 22'

Página 11 - 306infinitief

61Met één verklaring, door mij gegeven, kan de heer Kuipers zich niet vereenigen. Bijde regels: ‘Seven dagen in de weeck schaft hij water en bry, en d

Página 12

62luidt: ‘Een spreekwoord’. Maar de beteekenis? -Een,twee,drie treetgens in eensaciertgen,'t vierde op de cant. De heer Kuipers neemt de verklari

Página 13

306infinitief198-199infinitief (Constructie m.d. -).198-199infinitief als voorwerp198-199infinitief als bepaling v. gesteldh.Taal en Letteren. Jaargan

Página 14

63Kleine meedeelingen over boekwerken.Weldra verschijnt te Gent bij de firma Clemm (H. Engelcke) een paralleluitgave, vande 15deeeuwsche moraliteitElc

Página 15

64bij ‘aus’, en dit begint met: ‘-wärts, nach oben (etc.)’, terwijl het bij ‘auf’ gedrukteverhuizen moet naar ‘aus’. Ook was een friesche ruiter wel e

Página 16

plaatsje verdiend) en munt uit door helderheid en bondigheid. Een verbeterde drukzou derhalve niet ongewenscht zijn.Waarschijnlijk komen wij nog nader

Página 17 - 219ootmoed en deemoed

65Over vergelijkingen en beknopte zinnen.Welke naam moet in de leer van den zin worden gegeven aan het gespatieerde indeze voorbeelden:Een kerelals ee

Página 18

66als een gek zich gedraagt,als men eene zuster bemint,als eene mug om de kaarsdraait.2o. In de tweede plaats komen die gevallen, waarin wel niet hetz

Página 19

67kan men naast:Ik bemin haar als eene zuster, zeggen:Ik bemin haar,als men eenezuster bemint, de eerste zin is volstrekt niet uit den tweeden ontstaa

Página 20

68Indiendanop deze wijze vergelijkend voegwoord geworden is, mag men dezindeelendan hij,dan ik, evenmin als de metalsbehandelde, onvolledige zinnennoe

Página 21

69Bezien we thans de doorgelijkingeleide zindeelen.Gelijkheeft zich ook reeds in 't Mnl. tot voegwoord ontwikkeld en wel uit debeteekenis, die he

Página 22

70worden:in de hoedanigheid van. In het Woordenboek1)wordtalsin het laatste gevalvoegwoord van hoedanigheid genoemd ter onderscheiding van hetvergelij

Página 23 - 318stuk: een stuk of tien etc

71J. ter Gouw schrijft dan ook in den laatsten zin ondeugende (Volksvermakenbl. 41). Doch in dit geval heeft de taalkundige onzes inziens het recht,ov

Página 24

XI301infinitief (Ontleding van zinnen met een-)199infinitief en verbaal substantief278-281infinitiefbepaling361intensieven: vorming347intensieven: nie

Página 25

72Hoe viel een nacht zoo zwart op Nederland na dagen,Als sinds de Aposteleeuw geen latere eeuwen zagen. (Da Costa.)Eer brengt een arme vader met vreug

Página 26 - 267vergasten

73Hij vergelijkt o.a. deze zinnen:a.Ik durf den grooten hond niet aan.b.Ik durf een grooten hond niet aan.c.Ik durf dien grooten hond wel aan.Wil men

Página 27

74dat de ‘beknopte zinnen’ nooit zinnen geweest zijn; integendeel, het zijn òfpraedicatieve bijvoeglijke bepalingen òf infinitief bepalingen1), die, d

Página 28

751o. Zoolang het tweede lid eener vergelijking niet met behulp van een persoonsvormwordt uitgedrukt, moet het als een gewoon zindeel beschouwd worden

Página 29 - 298woudezel

76Over de zoogenaamde bijzinnen metof, die met een' ontkennendenhoofdzin in verband staan.Eene eigenaardige constructie hebben in onze taal die s

Página 30 - (Letterkunde en onderwijs.)

77De beschouwing dezer volzinnen geeft aanleiding tot twee vragen, die min of meermet elkander in verband staan:1o. Is het voegwoordof, dat de samenst

Página 31

78verschillenden aard zijn. Om dit duidelijk te maken, willen wij van een voorbeeld uitelke groep telkens het tweede lid vervangen door een' ontk

Página 32

79hulpmiddelen bezat, om de syntactische verhouding tusschen de deelen van een'samengestelden zin nauwkeurig aan te duiden. Bovendien, gaan wij d

Página 33

80de gelijktijdigheid der beide handelingen uit te drukken. Op dezelfde wijze gebruiktmen ook in het Fransch het voegwoordque, bijv..:Nous n'avio

Página 34 - 241-248, 308-310Middelnederl

81Godt en can dat vleesche niet gesondighen, dat herte ende den wille moet eerstgesondicht hebben,ib.244. Noyt meester soo goet, hy was eerst klerck,R

Página 35

260klissen (Bij de -)262knevelen102koppelteeken228kruid = poeder371kussen (Op 't -)227, 369kwant (quant): XVIIeeeuwsch.125kwartieren: XVIIeeeuwsc

Página 36

82In den loop der 17eeeuw begon men nu algemeen aan de constructie metofdochzonderende voorkeur te geven. Hooft deed dit o.a. met bewustheid: in zijne

Página 37

83de man er niet’. En een weinig verder: ‘Het is klaar, dat indien men dit of wel gekenden wel onderscheiden had, de ontkenning niet uitgeworpen zou z

Página 38

84De lezer zal zeker met ons voor deze beide groepen de voorkeur geven aan delaatste wijze van vervanging, ofschoon hij tevens opmerken zal, dat de sp

Página 39

85Wij hebben dus na te gaan, of er ook nog andere gegevens zijn, die ons nader bijde oplossing van het vraagstuk kunnen brengen. Daartoe vestigen wij

Página 40 - De roos van Dekama

86Staat het nu vast, dat in den tijd, toen het gebruik van het voegwoordoftusschende beide leden van de bedoelde volzinnen opkwam, het tweede lid niet

Página 41

87van een woord met eene bepaalde beteekenis invoert, zal dat alleen doen, wanneerhij het voor eene duidelijke uitdrukking zijner gedachten noodzakeli

Página 42

88geene andere plaatsen kunnen aanhalen, dan zulke, waarinof envoorkomt enwaarbij dus althans nog een zweem van mogelijkheid zou bestaan, dat menofals

Página 43

89alternatief; die tusschen de deelen vana'niet. Terwijl dus de bestanddeelen vanazeer goed doorofkonden vereenigd worden, geschiedde dit bij die

Página 44

90oder er ist aus der stadt.1)Ook hier is men stellig van volzinnen als de beide eersteuitgegaan, om ten slotte het voegwoordoderook te gebruiken in v

Página 45

91tegenstellendofverbonden, doch dat dit voegwoord bij de tegenwoordige sprekersin dergelijke zinnen eigenlijk nergens precies in zijne gewone beteeke

Página 46 - Familie Stastok

336-man: bijna-suffix336man: van schepen367mastik97medeklinkers (Slot -)95-97medeklinkers (verscherping der -)93-95medeklinkers (verdeeling der -) in

Página 47

92Opmerkingen over de Nederlandsche klankleer in boeken, die voorhet onderwijs bestemd zijn.Bij het inzien der spraakkunsten, die nu ten tijde aan ver

Página 48

93welke zulk een eigenaardig kenmerk der hedendaagsche taalwetenschap is, aande school ten goede is gekomen. Het is hierop, dat ik thans de aandacht w

Página 49

94Deris tongletter. Het ware wenschelijk hierbij op te merken, dat derzeker voor dehelft der Nederlanders een keelletter is.Op de verdeeling naar de s

Página 50

95die, welke men in den regel dentale spiranten noemt, is het toch niet minder waar,datsenzspiranten zijn en dentalen; daar nu de spirantenthen δ in &

Página 51

96voor de verzachting vans, na aan dien regel de noodige uitbreiding gegeven tehebben, bestaande in de opmerking, dat in echt Nederlandsche woorden de

Página 52

97jena den gutturalen neusklank een gutturaal ontploffingsgeluid wordt ingelascht,zóó na een dentalen neusklank een dentaal ontploffingsgeluid, na den

Página 53

98Uitspraak der klinkers.De meeste boeken leeren nog steeds: de klinkers hebben drieërlei uitspraak, t.w.volkomen, onvolkomen, gerekt. Het wordt tijd,

Página 54 - Iets over den superlatief

99moet gehoord worden, wat naar twee klanken zweemt. Dan worden ongeveereenstemmig als tweeklanken opgegeven:ai,ei,ij,ui,au,ou,aai,ooi,oei,aau,eeu,ieu

Página 55

100slechts éénen klank verneemt1)- Dit is het eenige mogelijke antwoord. Maar danmoeten ookei,ij,ui,au,ouvoortaan als enkelvoudige klinkers erkend wor

Página 56

101het verleden deelwoord te vinden. De verklaring van dit verschijnsel late menachterwege; zij is werkelijk boven het bevattingsvermogen van leerling

Página 57

XII229mee: voor me, pronomen269meesmuilen266mengelmoes228mennistenzusje336-mensch: bijna-suffix272, 318-319met zijn beiden, z'n achten297modaal b

Página 58

102zijn natuurlijk die, waarin de hoofdbeteekenis opgesloten ligt;1)van daar dat, zooalsbekend is, de hoofdtoon - want die is het toch welke bedoeld w

Página 59

103Woordverklaringen.Oom Kool.Het gelderschhij is om kôlbeantwoordt aan het hollandschhij is er om koud.Ongetwijfeld stelt zich daarbij een gelderschm

Página 60 - Gij als zelfst. nw

104citaten1)bewezen hoe de opvatting ‘die een mal figuur maakt door te vallen’, nietde oudste beteekenis was van:Oom Kool, dat deze dus geen Geldersch

Página 61

105veel opgang gemaakt en is de uitdrukking ‘Daar ligt Oom Kool’ voor zoover Dr.Bisschop bekend is, eerst na dien tijd in gebruik gekomen.Dit laatste

Página 62

106‘Maar’, zal licht iemand zeggen, ‘als ik een aantal boeken heb, en ik rangschik zeen neem die vier, die vooraan liggen, dan kan ik mij voorstellen,

Página 63

107‘Insonderheyt ast jou niet en cost, dan sel jet niet sparen.Wat gelt jou de waghen-huir, as ghy mee vaert?’De beteekenis is dus: het kost je immers

Página 64 - Taal- en Letterbode

108Boekaankondiging.Studieboeken voor de hoofdakte.III.6.Examenstudiën. Eene handreiking op 't gebied van taal- enletterkunde,door M.J. Koenen. 1

Página 65 - Nieuwe Taal- en Dk. Verscheid

109Over het eigenlijke Letterkundige oordeelen wij thans niet, daar wij een afzonderlijkverslag geven van litterarische studiewerken. Wel wijzen wij a

Página 66

110In 103-105 presenteert zich Schaepman met een vijftiental regels uitAya Sofia:zakelijke aanteekeningen, uiteenzetting van den inhoud en een oefenin

Página 67

111vordert reeds zulk een jammerlijke krachtsverspilling. Reeds is het een slag in hetaangezicht jegens die Oude Wijsheid:non multa. Wezenlijkgedijen

Página 68

80, 81Of: de constructie in de XVeen XVIeeeuw82Of: de constructie i.d. XVIIeeeuw82-83Of: verklaring van Bilderdijk en hetWoordenboek83of: verklaring v

Página 69

112In vraag 4, bladz. 76 had moeten zijnmeegedeeld, dat De Génestet overkinderpoëzie heeft gehandeld. De aanhaling (78) van Hildebrands opstel overHum

Página 70

113althans), zoo het examen voor de hoofdakte metterdaad op zooveel rijperen leeftijden zooveel jaren studie langer rekent (althansmoetrekenen), dan z

Página 71

114zie den schoorsteen rooken’, die wederom baseert op de verkeerde meening, datzulk een zin eigenlijk Latijnsch is en - geen ‘zuiver Nederlandsch’.Wa

Página 72

11511.Korte Aanteekeningen bij vele woorden,door D. Laméris. 1883.1)(f0.80.)DeKorte(etymol.)Aanteekeningenonthouden zich over 't algemeen van noo

Página 73

116Nieuw-Nederlandsch.2. C. Huygens' Zede-printen, vermeerderd met de tot dusveronuitgegeven print van ‘een professor’ en van inleiding enaanteek

Página 74

117wij, dat aan Huygens hooghartigheid of, wil men, pedanterie was verweten (vs. 30,65), en vooral de zucht om de geheime gebreken van anderen te besp

Página 75

118hem de ziel zijn van het Engelsch gezantschap, waarbij hij vervolgens secretariswas. Zes en twintig jaar oud werd hij op last van Koning Jacobus en

Página 76

119‘een bedelaer’ vs. 7, in ‘een rijcke vrijster’ vs. 6 vlg. aan den invloed van Donne toe;maar voor zoo onkiesch kan ik Huygens niet houden, om de gi

Página 77

120zin luiden: ‘ad malis (datief in plaats van den ablatief meta) horrorem tam horribilemaestimandum’, wat wij nu zouden overbrengen in deze woorden:

Página 78

121In ‘een bedelaer’ eischtlier, vs. 22, voor een deel onzer landgenooten ten minste,wel de verklarende toevoeging: = draaiorgel, terwijl daar in vs.

Página 79

67onvolledig en onvolkomen, in degrammatica103-105Oom Kool221oorzakelijk voorw., bij wachten219ootmoed en deemoedTaal en Letteren. Jaargang 2

Página 80

122Een steen, heet allectorius.Nadat hi dien ontfaet aldus,En drinct hi nemmermeer daernaer;Dus weetment, of hine hevet overwaer.In der steene boec hi

Página 81

1231625:buytvoorbruydop te geven. Het rijke rijm behoeft ons nog niet aan eenedrukfout te doen denken, te minder omdat het woordbruydop zichzelf wel e

Página 82 - Aenleiding

124Vs. 50: ‘Daer 't soo dier slapen is en 't hoofd soo goe'koop draeyt’, zou ik liever nietvertalen met ‘waar men zoo moeielijk slapen

Página 83

125‘Daer oeffen ick mijn' Jeughd op 't noodigh kennip-quijlenEn 't ruggelingh gespin; die reckt haer spinsel uytTot daer het licht en d

Página 84

126maar deoester-maand, daaroest-er(oogstmaand) enoesterin zijne gedachte bijelkaar passen; kastanjes passen ook bijoestmaand, maar het woord rijmt er

Página 85

127men bedenkt, aan wien deOtia, waarin de Printen voor het eerst verschenen, werdenopgedragen. Het weinig vleiend portret, dat Huygens van den profes

Página 86

128Vragen.*)1. In verschillende grammatica's leest men dat de causatieven van den Verl. TijdEnkelv. of van den Teg. Tijd komen: dit begrijp ik ni

Página 87

129Wat is romantiek?Het korte opstel, dat ter beantwoording van deze vraag strekt, bevat niet degeschiedenis van het woord en zijne toepassing, noch d

Página 88

130lijk zacht en ernstig; daar was iets dieps en dwepends in zijn blik, en de glimlachom den vriendelijken mond temperde een trek van smart en bitterh

Página 89

131zijn: van gelukkig zijn en smachten; van kalme rust en stillen vrede en - denrusteloozen arbeid en strijd in de samenleving; van tedere individueel

Página 90

XIII222opdokken190ophemelen229opperman: operman375oranje-blanje369Paai238palatalen in 't Nederlandsch275pas (- geven)268passedijsje: gèèn dans165

Página 91

132schappij gaan vormen. Er zullen eenmaal geen wilgen en beekjes, geen open plekjesaan den ingang van wouden genoeg zijn; men zal elkander in den weg

Página 92

133aan konden nemen. HetRomantismewas inderdaad... dejeugd, die op eens alhaar groeikracht ging ten tooi spreiden, die met kwistige weelderigheid op e

Página 93 - Woordenboek

134zich sterk Katholieke neigingen; men hnldigde er Theocratie en Monarchie. Hierwas het eene reactie tot het niterste tegen pedantheid, blinde godsdi

Página 94 - Nieuw Nederlandsch Taal

135aan geniale oorspronkelijkheid. Er is heerlijke waarheid, wonderbare diepte; dezeldzaamste geesteskrachten zijn er werkzaam; er heerscht een allesv

Página 95

136wilde niet het oog boeien; door zijn poëzie wilde het hetoorstreelen; niet dephantazie wilde het in beweging brengen en verbazen; het wilde het gem

Página 96

137de vlag strijken voor de vaan der Renaissancemannen en het genie van hetKlassicisme. Doch de tweespalt was van te ernstigen aard en ging te diep. W

Página 97

138inhoud dermiddeleeuwsche romans, reeds vroeg den zin vanavontuurlijkaangenomen. Zoo besluiten wij met de beteekenis van den term in het dagelijksch

Página 98

139heel anderen aard, dan het subject uitdrukt. Hebben wij daarentegen de zinnen:Dewalvisch is een zoogdier. Een korf is eene woning voor de bijen, da

Página 99

140werp en wat het gezegde is, dan moeten wij het antwoord zoeken op deze vragen:wien of wat betreft de mededeeling? Wat is datgene, wat onze kennis m

Página 100

141spraak. Dat A. hem dien inhoud gaat mededeelen, drukt deze uit door het woordwas;de inhoud zelf ligt opgesloten in de woorden:Wij zouden om vier uu

Página 101

228pronk: als adjectief258pronomen (Overeenstemming van 't -)21pronomen Gij als substantief251priulen: bij Vondel196, 380punctuatie94R (de letter

Página 102

142Dit is beproefd door L.A. te Winkel (TaalgidsVIII, 66 vgg.),1)die de acht tijden in viertegenwoordige en vier verledene verdeelde. Bij de tegenwoor

Página 103 - Hoe en Waarom? Taaloefeningen

143Ik wil nu trachten een systeem te ontwikkelen, dat voor den tegenwoordigen toestandvan zaken aan den eisch voldoet. Ik hoop dat ik mij daarbij niet

Página 104

144wijs aantreffen in de zinnen: ‘Hij zouom tien uur uit Rotterdamgaanen zal dus nuwel hier wezen’ en ‘Hij zouden brief voor het eind der vorige week

Página 105 - Nieuw-Nederlandsch

145C. UITGANGSPUNT:Een oogenblik in 't toekomstige.III.I.II.De handeling ligt tenopzichte van hetDe handeling wordt tenopzichte van hetDe handeli

Página 106

146b. Ik beloof u, u dezerdagen te zullenb. Mijn zoon heeft mijbeloofd, dat hij u in deb. Ik moet noodig aan hetwerk, want ik ben tenmededeelen, na ho

Página 107

147Wij zien, dat het aantal vormen waarover wij kunnen beschikken om verschillendetijdsbetrekkingen aan te duiden, niet bijzonder groot is. De vormen

Página 108

148schoone, kunstige geheel, om echter dadelijk te bedenken, dat er van schendengeene sprake kan zijn, waar de hand zich in dienst der wetenschap stel

Página 109 - Sprokkels

149voortbrengselen op te diepen, te registreeren en toe te lichten, hij zal nooit weten,hoe heerlijk verkwikkend de vruchten zijn, die dagelijks door

Página 110 - Bummelfest

150Ik ben wel een weinig bezorgd, dat sommigen, die met eenigen goeden wil aan ditopstel begonnen, bij 't zien van dit versje er reeds meer dan h

Página 111 - Basterdwoorden

151vreemd bevel en dus met een onbewogen gemoed. Doch wie goed toeluistert merktallicht aan den overdreven toastenstijl, dat jubel- nog klaagtonen ech

Página 112

VIIRegister.(Taalkunde.)190Aakelijk: Friesch202aaloud384aangenaam: plaats uit 1754384aannemelijk371aapje: bij Potgieter360ablaut en vervoeging358ablau

Página 113

324samenstelling die geen samenstellingmeer is329samenstelling (Werk. v. 't rythme in -)Taal en Letteren. Jaargang 2

Página 114

152Het voorgaande kan het ons leeren.De indruk, dien eenig kunstwerk op ons maakt, is afhankelijk èn van 't geen hetons onmiddellijk geeft, èn va

Página 115 - ik arm ben

153grepen geluk geboren wordt. Kus de hand, die u slaat, zij druipt van hoogeren zegen.Is ook hier de sympathie van allen gebleven? Ik vrees van neen,

Página 116

154geslacht? Welke liefde en bewondering kan het koesteren voor hem, die geenergeren vijand kende dan den tijdgeest, waarmede het is doorzult?Zij, die

Página 117

155zijne zorgen en bekommernissen te kunnen uitstorten in het hart van iemand,machtiger dan hijzelf. Of die bestaat? Bewezen is niets en kan niets wor

Página 118

156gemoed valt tenminste voor een oogenblik een straal van het goddelijk licht, waarbijde geloovige een voor ons anderen onzichtbare wereld van liefde

Página 119

157bij kunst zoo dikwijls van inhoud en vorm als van twee op zich zelf staande, goedgescheiden begrippen. En toch is niets minder juist dan dat. Een k

Página 120

158Gehuld in 't kleed- kleine rust -Van ziekte en leed- nieuwe stilte -Trad in eengodgeliefde woning- na deze eenigszins krachtiger beweging opni

Página 121

159Weleer! (Wachter, wat is er van den Nacht?)daar, twintig eeuwen laterVerhief de Saraceen met dweepend krijgsgeschaterzijn wapens, - - - -En nu - di

Página 122

160standen en klassen, en ten spijt van de roodste onder de roode auteurs, die hethoogste gaarne omlaag halen, zonder toch het lage omhoog te brengen,

Página 123 - Naar zijn(e) pijpen dansen

161maakte opmerkingen te doen inzien, dan dit: knutsel zelf een' regel terecht en leesbijv.: ‘Is God dan doof voor mijn gebeden’ of wat gij maar

Página 124

XIV319, 320, 330samenstellingen als spring in 't veld,doeniet320-321samenstelling met verbogen enonverbogen adj.326samenstelling met werkwoordeli

Página 125

162Nog krachtiger spreekt mogelijk de slotregel van BilderdijksUitvaart, dat geheel vandenzelfden geest doortrokken is en trots de haast gezochte en v

Página 126

163altijd de hoofdzaak - krijgen die luchtige anapästen iets zoo opwekkends, vroolijksbijna, dat elke gedachte aan somberheid verdwijnt: Wie door deze

Página 127

164Schertsenderwijs aangewende eigennamen.Het is een zeer eigenaardige studie om de wijzen na te gaan, waarop zich de spotlustbij het volk openbaart.

Página 128

165beduidend voor den volksgeest; en het gaat met die namen als met zekere termenuit den gewonen woordenschat, welke langzaam verloren gaan onder de c

Página 129

166wijze gekenmerkt, zoo is het deHeilige Familie; een diarrhee noemt men met eenwoordenspelvollen aflaat, en voor de tien vingers bestaat de komische

Página 130

167Vele bestaan uit een wortelwoord met een uitgang.Een gierigaard zal men aldus in VlaanderenGevaertheeten, waarbij niet zeldengevoegd wordt:Gevaerti

Página 131

168Zonderling ook is de eigennaam welken men aanwendt, wanneer een huwbare meidbeweert dat ze niet zal trouwen. Ja, zegt het volk, ‘wacht totJan van P

Página 132

169na Kuilenburg spelen’. Daardoor meent hij nl. ontvluchten naar de vrijplaatsKuilenburg.Een fictief liedje is dat vermeld in de uitdrukking, door Br

Página 133

170De Brune laat een man die op zulke plaatsen te huis behoort, in zijnBoec derAmoreusheytzeggen:Plomp sonder arch mijn Heeren,Dats mijnen name wildij

Página 134

171In hetzelfde stuk laat hij zoo een man ‘varen opCape de Grijps’ (vs. 28). Deze kaapstaat, zooals Harrebomée te recht opmerkt, alleen op de kaart de

Página 135

255sik = zich221sinxennacht366slaan (Een schaats -)352slecht, als substantief210slordervos374sluierkroon377sluik: als adjectief221sluik (Ter -)271smal

Página 136

172zooals men ziet, een groote plaats. Van zijn hart op te halen, houdt de mensch veel,zelfs al ‘woont men in denPenninckhoeck.’ Reeds De Brune noemt

Página 137

173in Vlaanderen: ‘men heeft vanLoopegem’. Wie niet veel spreekt, komt uitStumsdorf,een plaats bij Halle a.S., en wie arm is, ‘geht nachStrassburgauf

Página 138

174daarop berusten al de hooger bijeengebrachte feiten, neemt in de beschaving onzervoorvaderen een zeer gewichtige plaats in.Op die wijze geschiedde

Página 139 - Een wassen neus

175Het is nu een opmerkelijk feit, welk ons een diepen blik laat slaan in het bewogenleven der middeleeuwen, dat de verzonnen heiligen slechts betrekk

Página 140

176S. BoudinofS. Cochonviert men, bij den maaltijd die gewoonlijk wordt gegeven tergelegenheid van het slachten van het vet zwijn.Een gulzigaard is ee

Página 141 - Verdeeling der medeklinkers

177den schat die te Kriekeput begraven ligt. Doch de leeuw kent den loozen gast, envreest dat Kriekeput een ‘geveinsde name’ zou zijn. Neen, Koning, a

Página 142

178Voor den vreemde kon men deze uitdrukkingen zonder moeite vermenigvuldigen;de gegeven voorbeelden zijn echter tot ons doel voldoende. Nog wil ik ve

Página 143

179eeuwen. Fischart, een zeer rijke bron voor de studie van het komische, zegt o.a. inzijnBinenkorb(200):zur zeit,da die bach branten und mit stroh le

Página 144

180een historische kleur hebben, als een ingebeeld land schijnt te moeten opgevatworden1).Tot hetzelfde gebied behoort het ‘Engeland’ dat in Nederland

Página 145

181laat gevormd heeft naar de verzinselen der volkspoëten in vroeger eeuw in denaard van denFinkenritter. Waren dergelijke sprookjes reeds vroeger bij

Página 146 - Tweeklanken

165stokkenbrood165stockvis met vuystloock335straatarm318stuk: een stuk of tien etcTaal en Letteren. Jaargang 2

Página 147

182Boekaankondiging.Nieuw-Nederlandsch.3. Hooft's Nederlandsche Historiën. Nederlandsche Klassieken, uitg.en met aant. voorzien door Dr. Eelcoo V

Página 148 - Verbindingsklanken

183Gemakkelijk was die taak zeker niet, omdat Hooft's taal en stijl zoovele eigenaardigemoeielijkheden opleveren van zeer onderscheiden aard. Om

Página 149 - Klemtoon

184kunstig in elkaar gewerkt worden en een harmonisch geheel vormen. Vóór allesmoest er gestreefd worden naar beknoptheid van uitdrukking - het woordb

Página 150 - Het koppelteeken

185cap. 2 en 3. Dr. Stoett, die dat opmerkt, noemt echterdrijven en dragenin reg. 34te onrechte de vertaling vanagere et ferre, daar het Latijn van Ta

Página 151 - Woordverklaringen

186gesteld hebben.’ Hooft kan dus bovendien aan een ander woord voor ‘gevaar’ enwel bepaaldelijk aan ‘gevaar om zijn geld te verliezen’ gedacht hebben

Página 152 - Klucht van de bedroge jalousy

187wien zooveel moeielijks of ongewoons voorkomt, vrij wat moet overgelaten wordenaan de scherpzinnigheid der lezers, omdat anders de commentaar gevaa

Página 153 - De vier eerste

188In reg. 135 had er op gewezen kunnen worden, dattrotszuchtniets met de beteekenisvan onstrotste maken heeft, maar beteekent: de zucht om te trotsee

Página 154 - Het geldt u de wagenhuur

189Een paar maal echter schijnt mij de opvatting van Verwijs beter. Zoo bv. in reg. 318ontharnasde, waarbij Dr. Stoett denkt aan ‘eene regeering, die

Página 155 - Nêmhart = Jan Grijp

190aan de verscheidenheid der werkwoordenboeten(herstellen) enboeten(vuuraanleggen), die VerwijsTaal- en LetterbodeI, bl. 24-34 trachtte te betoogen.

Página 156 - Boekaankondiging

191enkelvoud is ingedrongen. Dat zal wel eene vergissing zijn. Ook in het meervoudhad het impf. in 't Mnl. natuurlijka.Deois aan het deelwoord on

Página 157

XV107suffix en eigennaam335-337suffix-wording uit samenstelling.344suffix -lijk vormt genitieven344-350suffixen (Nog levende -).344-350suffixen (Nieuw

Página 158

192In denSpaenschen Brabander(vs. 1766) lezen wij:‘Dat hy de Tafel sal brengen voor Mongseur Rokes en deur.’ Verwijs veranderdedit in zijn uitgave, en

Página 159

193Hagar van Da Costa.Tekstverklaring1).God had Abraham voorzegd, dat hij worden zou, de stamvader van volken, talrijkals de sterren des hemels en als

Página 160 - . 1889. (

194zal Hij geboren worden, die de aarde weder aan Gods voeten brengen zal. Hij zaleen spruit zijn van Israël. Daartoe heeft God zich Israël bewaard al

Página 161

195Van vers 1-20 is het tooneel waarop Hagar verschijnt, beschreven als eene plek,grootsch in de geschiedenis: onze aandacht is geboeid.In vers 15-17

Página 162

1967-8. Is ‘zoeken’ met voordacht gebruikt? - Da Costa zal de komma achtergezienwel niet zonder bedoeling hebben weggelaten;zich als etc. hebben wij o

Página 163

197een zin als dezen: ‘ongetwijfeld heeft hij zich in zoodanige bewoordingen uitgedrukt,als nauwelijks aanleiding geven kunnen tot verkeerde vermoeden

Página 164

198onzijdigpronomen met eenmeervoudigsubstantief. Toevallig is dit substantief óókonzijdig;zoo het manl. of vrouwl. was, kon er even goedwatstaan: wat

Página 165

199benoemd. De benoeming nu is iets van later zorg. Het komt er op aan, dat meninzich-zelvenweet waar te nemen, wat men, terwijl men hoort zeggenHet p

Página 166

200komen bij het substant. alsbijvoegl. bepal.: vgl.God vreezenmetde vreeze Gods(objectsgenitief).6-7.die lucht,die d'ademtochtDOET DERVEN aan wa

Página 167

201Een woord nog omtrent de ontleding (de zin genomen als hij er staat). Het kàn aldus:die- onderw.,doet- gezegde,d'ademtocht- lijdend voorw. (d.

Página 168

107teuta en lulla369't geen: voor dat166tien geboden = de vingers297tijd (De onbepaald tegenw. -)141-147tijden van 't Werkw. (Critiek v. Te

Página 169

202die zin een voorzetselbepaling is voelen wij niet meer, en nu verbindtvoordateenvoudig den bijzin aan den hoofdzin en wijst denaardvan dat verband

Página 170

203Uit de spelling.Fragmenten van een lezing.Ik heb geen plan een overzicht te geven van al de veranderingen, die de spellingvertoont sedert ± 1200. V

Página 171

204tusschen diee's wordt gehoord. Er zijn echter dialecten, die nog thans met meer ofminder nauwkeurigheid de scherpe en zachtee's ondersche

Página 172

205sprong dier klinkers, maar zich uitsluitend richtte naar het verschil in uitspraak, dathier en daar, vooral in het Zuiden nog werd gehoord. De sche

Página 173

206Het is te betreuren dat deze methode niet algemeen werd gevolgd. Maar hetmeerendeel onzer auteurs sloot zich aan bij Vondel, die zich met klem verk

Página 174

207Balthazar Huydecoper maakte ook wel verschil tusschen enkele en dubbelee's eno's in open lettergrepen, maar hij grondde dat verschil gehe

Página 175 - Zuiverheid van taal

208In het Middelnederlandsch kende men het bewuste onderscheid in de schrijftaalniet. Toen het werd ingevoerd, uithoofde van verschil in de uitspraak,

Página 176

209En wanneer de ervaring nu leert, dat wij toch nooit in de verzoeking komen eenschildwacht aan te zien voor een deurstijl, of een visch voor een pos

Página 177 - Wat is romantiek?

210weerleggen. De beroemdeJakob Grimmvindt in dat opzicht onze spelling... ookwel wat te geleerd’1).Toen ook door de Vries en te Winkel het ondersche

Página 178

211Potgieters liedekens van Bontekoe.1)‘In 't Jaer ons Heeren 1618 den 28 December ben ik, Willem Ysbrantsz. Bontekoevan Hoorn, Tessel uitghevare

Página 179 - Boek Genesis

219veel100verbindingsklanken267vergastenTaal en Letteren. Jaargang 2

Página 180

212de herinnering aan dezen voortreffelijken zeeman bij zijne tijdgenooten teverlevendigen. Hij deed dit echter op eene zeer eigenaardige wijze. Van d

Página 181

213want myn raedt was ick dickwils ten enden, alsoock doe, viel daerom op myn kniejenneder, en badt de Heere, hem smeeckende, dewijl hy my tot hiertoe

Página 182 - Romantiek

214Intusschen ook die lijst is de moeite der beschouwing dubbel waard en nu wijeenmaal vrede hebben met de omstandigheid, dat naar de fransche woordsp

Página 183

215leggen en sagh het werck eens over en seyd: o Godt! Hoe is dit schoone Schipvergaen, gelyck Sodoma en Gomorra.’Met de hulp van een' jonkman, d

Página 184

216in een prauwtje de rivier op naar het dorp, ten einde levensmiddelen op te doen.Rijst en hoenders werden gekocht en naar de boot gezonden. Voor een

Página 185

217geschilderd als geheel door het schitterende zonnelicht overdekt. Wegens de kleurwordt dat licht nu als een stroom van goud opgevat.vs. 2.heerscher

Página 186 - Onderwerps- of gezegdezinnen

218vs. 26.schiften:de beschaduwde plekken scheidden zich door hare donkerder kleur(donkerblauw) af van de lichtere (vonklend goud).Schiften, intr. ‘zi

Página 187

219vs. 54.zich grootsch verbreedde:‘zich trotsch uitbreidde, uitwoei.’ Vgl. Potgieter,Bronbeek:‘o Bronbeek, dat op 't groen tapeet... den witten

Página 188

220der baren.Veilbet. eerstte koop(vandaar het ww.veilen, lett. ‘te koop hebben’) endaardoor: ‘verkrijgbaar, beschikbaar.’Hij heeft zijn' tijd,zi

Página 189

221het noorden, den mensch aangenaam, weldadig aan, ofschoon er ooksneeuwvlokken schijnen neer te dalen. Maar dit zijn de bloesems van denBombax.Eigen

Página 190

XVI66, 69-72vergelijking steeds = onvolledige zin?66, 68, 69, 70vergelijking (De -) een zindeel65-75vergelijkingen en beknopte zinnen65-67vergelijking

Página 191

222Hooft, dat Egmond en Hoorne op Pinksteravond werden onthoofd. Vgl. ook het hd.sonnabend.Dit liedje herinnert aan het oude gebruik, om het passeeren

Página 192

223vs. 8.prij, scheldnaam voor een wijf, eigenlijk ‘kreng.’vs. 12.jeukt. Neptunus gevoelt lust, met zijn' staf, den drietand, het scheepsvolkde o

Página 193

224te zien vanadel;vandaar ook de spellingaêl, welke P. hier gebruikt. Vgl. Ledeganck,Aan Brugge:‘Laat andermaal u tooien in d' adelouden gloor.’

Página 194

225bijgenotdan bijgenoegen. Gieren, zooals kinderen doen, die het uitkraaien vanplezier. De wilden zijn slechts groote kinderen.vs. 149.uitgeláten, pa

Página 195

226vs. 188.'t geen, hier zeker gebruikt, omdatdatgevolgd zou worden door 't, watonmogelijk uit te spreken valt. Ook't welkzou hard klin

Página 196

227nieuwen krans vervangen. Vgl. Potgieters schets over Huyghens'ScheepspraetinHet Rijksmuseum.vs. 10.op zijn duim fluiten. De vogelaar lokt den

Página 197 - Pierson - Oyens

228vanouds door grooten eenvoud in kleeding en leefwijze en door stemmige zedigheidvan gedrag. Dat zij hierom wel eens aanstoot leden en dat die uitwe

Página 198

229vs. 52.trony. In zijnLeven van Bakhuizen van den Brinkzegt P., sprekende overdezes uiterlijk: ‘Hij bezat, wat kiest u? hij bezat waarheidsliefde, h

Página 199

230Het proza van J.P. Heije.Het bevreemdde mij, toen ik den uitslag van het Spectator-plebisciet las, dat Dr.J.P. Heije niet eens voorkwam onder de di

Página 200

231ijverde hij, als de stichter en de ziel van de ‘Vereeniging voor NederlandscheMuziekgeschiedenis’ voor de meerdere waardeering van ons voorgeslacht

Página 201

106wagenhuur ('t Geldt je de -)305wanen (Constructies bij -)227want: bij Roemer Visscher227wanten (Van -) weten272waren91wassen neus (Een -)262wa

Página 202

232gelegd, drukken met een kapitale beginletter, cursief, gespatieerd of geheel kapitaal1).Zulk proza kan men maar niet zoo voor zich zelven lezen; on

Página 203

233Woordverklaring.Niets minder dan en niet het minst.Wanneer wij ironie en sarcasme buiten rekening laten, zal het zeker niet dikwijlsvoorkomen, dat

Página 204

234Vraagt iemand: ‘zoo, is die man niet eerlijk?’ dan kan het antwoord luiden: ‘O neen!Ik geloof zelfs, dat hij niets minder dan eerlijk is’ (met nadr

Página 205

235‘Als Grieksch dichter heeft deze auteurniet het minstuitgemunt.’Een goed stilist vermijdt natuurlijk alle dubbelzinnigheid: ‘Het een door het ander

Página 206

236De klankleer op de school.Van alle dingen die uitnemend geschikt zijn om een mensch uit zijn humeur tebrengen, is er één, dat de kroon spant; nm. d

Página 207

237dr. B. opgemerkte inconsequentie. Maar ik moet nog iets verder gaan dan mijnwelwillende beoordeelaar en op § 37,dwijzen, omdat deginbakboordook doo

Página 208 - Is Jezus hard?

238Het is geenszins mijn plan hier een verhandeling ten beste te geven over onzephonetiek. Ik had mij gevleid, dat de eenige man die bij mijn weten na

Página 209 - Aan Willem de Clercq

239ook in het veroordeelen der ‘landläufige’ grammatica. Datkoninkjetotkoning, alsMnl.koninctot Nnl.koningstaat, is waarlijk overbekend: het Nul. heef

Página 210 - Uitvaart

aangeduid door 2 of meerverschillendeteekens, dan noemen zij die een tweeklank,oeeneuzoowel alsouenei, anders heet hij een enkelvoudige klinker. Wel e

Página 211

240Wie schrijft: ‘dat er schadelijke waarheden bestaan, weet elk docent, die voor zijntaak berekend is,’ moet ook niet verlangen, dat men een leerling

Página 212 - De Swarte

320woordvorming en regeneratie346, 348, 349, 350-352woordenvorming (Nieuwe -)298woudezel228wulpTaal en Letteren. Jaargang 2

Página 213

dat mijne bedoeling slechts was, er op te wijzen, dattjniet =t+jis, maar eenpalatale, zij het dan ook gemouilleerde klank.Ziehier, wat ik op prof. Cos

Página 214 - Lichthart

241Boekaankondiging.Middelnederlandsch.1. Die bouc van seden, een mndl. zedekundig leerdicht ... opnieuwuitgegeven en toegelicht door W.H.D. Suringar1

Página 215

242Men merkt, aankloppen leert het ‘bouc’ niet.Nog een ander: min of meer gewijzigd, kent men:men sal ghegeven paert niet zienin den mont,maar ons ‘bo

Página 216

243spreekwoord door hem is te pas gebracht; van welken greep de meeste moralisten,zoowel van vroeger als later tijden, zich bediend hebben. Hij leert

Página 217

244tekst moet gehouden worden. En zelfs is de afschrijver zoo verre gegaan, dat hijhier en daar eenige verzen heeft ingelascht, waarvan althans in het

Página 218 - Keyberschen

245theon-edities deden: op eigen houtje hun schrijver verbeteren. Wie staat er voor indat die minder juiste regels niet van den auteur zelve afkomstig

Página 219 - Bystervelt

246een toonloos geworden voorvoegsel vĕe(r), met een nog wel als vě gehoordeuitspraak? - daventuere (289); veryan (293); yemene (312) enz.; doemen (45

Página 220

247Bij vs. 371 mist men Verdam's conjectuur ‘sermoen’ (Wdbk., i.v. ghemeene). - Vs.374: In het Ned. Bibl. Arch. no. 2, wordt dit BvS. ook besprok

Página 221

248Dit flinke, uitvoerige Glossarium besluit het boek; veel plaatsen zijn om te vergelijkengeregeld aangehaald; waar 't noodig scheen, is naar &a

Página 222

249Kleine meedeelingen over boekwerken.De Gedichten van Constantijn Huygens,naar zijn Hss. uitgegeven doorDr. J.A. Worp. Eerste Deel. 1607 tot 1623. -

Página 223 - Sinte hoywerc

325, 334-335, 339, 342analogievorming325analogievorming (Onze grammatica keurt-) in beginsel af319, 343analogievorming moet niet geweerd88-89, 316, 35

Página 224

XVII189Zamelpenningen300zetten = bepalen343zijn, bezitt. vnw.: om den genitief uit tedrukken343zijn (Voorbeelden van dit -)343zijn (Prof. Cosijn z&apo

Página 225

250plaats is er, waar ik geloof een zeker spreekwoord omtrent Homerus te mogentoepassen. Ik bedoel vs. 454 van't Cost. M.(Worp, bl. 257), waar wi

Página 226

Een inleiding tot Vondel,doorAlbert Verwey. - Amsterdam, 1892. W.Versluis. -f7.20. leAflevering.Voor eenige weken werd ik, en velen met mij, aangenaam

Página 227

251voortestellen denheelenVondel, in zijn aard en ontwikkeling, zóo dat ieder, die ditboek gelezen heeft Vondel kent’, en daardoor misschien lust zou

Página 228

Wat de spelling aangaat, die is voor het begrijpen van een dichter natuurlijk slechtsdaar van belang, waar zij dienstig is voor het vaststellen der be

Página 229

252middel zich te vaak als iets zelfstandigs op den voorgrond dringt. Den Heer Verweyben ik dankbaar, dat hij - is het voor het eerst? - wil wijzen op

Página 230

Biographisch woordenboek der Noorden Zuid-Nederlandsche letterkundedoorJ.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden. Tweede, omgewerktedruk. - L.J. Veen,

Página 231

253Constantyn Huijghens, wiens Journael na 1878 uitkwam, is thans opgenomen. Hetartikel over Blasius is wegens het in 1881 verschenen artikel van Dr.

Página 232 - Historiae

zelven arbeidde, zonder zich geweld aan te doen; die een halve eeuw school ging,en school kòn gaan, zonder een schoolkind te worden. Er is in dit boek

Página 233

254begaafde zich door het leven teleurgesteld gevoelde. Gaarne leest men van zijneerbied voorGeelenvan der Palm. Met Hoofdstuk IV en VI vooral zal deL

Página 234

de arbeid van den Heer Meyer moge zijn, wat het tooneelwerk aangaat, het oordeelvan Mehler alles overtreft wat ooit over Langendijk in 't midden

Página 235

115Boswijk en Walstra, Het Levende Woord180Cocagne (Land van -)366conservatisme (Pierson over -)366conservatisme en grammatica147-163, 193-202, 292-30

Página 236

255Sprokkels.Van Lennep en Walter Scott.De lezers van Scott'sThe Bride of Lammermoorzullen zich herinneren, dat in dezenroman een profetisch rijm

Página 237

256XVIIdeeeuw niet ongewoon. Te Meppel (naar ik meen ook in het aangrenzendeOverijselsche, te Staphorst en daar) leeft de uitdrukkingdesik, door het v

Página 238

257Potgieters Liedekens van Bontekoe.AANTEEKENINGEN.1)(Vervolg.)vs. 203.Erinn'ring, zonder lidwoord, daar het als eigennaam wordt gebruikt. Vgl.D

Página 239

258dichters gebruikt, omdat ze niet alledaagsch zijn.Pluiken, een bijvorm vanplukken,die ook meermalen bij Vondel voorkomt, bijv.Lucifer, vs. 2150:Ged

Página 240

259omdat ze bestond in druk gestoei. Men lette hier en elders op de allitteratie, waarvanP. ook in dit gedicht hier en daar gebruik maakt.vs. 238.kwee

Página 241 - Hagar van Da Costa

260vs. 12.bij de klissen:‘bij de kladden’, zou men ook kunnen zeggen, wantklisis eensyn. vankladofkladde. Beide zijn benamingen van eene plant, wier v

Página 242

261vs. 23.hijlik, thans verouderde bijvorm vanhuwelijk. Het woord komt nog voor inden naam eener soort van koek:heiligmaker, door volksetymologie uith

Página 243

262uit een' ketting, maar deze had geene kracht, wanneer men niet op het beslissendoogenblik de spreuk prevelde, die de waarzegster opgeeft;de kr

Página 244

263vs. 253.de krijgsgodin:De Romeinen vereerden, naast den oorlogsgod Mars, ookdiens vrouw of dochter Bellona als krijgsgodin. In de 17eeeuw, toen onz

Página 245

264vs. 7.holdebolder, gewoonlijkholderdebolder, eig. ‘ondersteboven’. Maar hier gingde wagen niet ondersteboven; hij nam slechts eene snelle wending,

Página 246

XVIII157-163Gedicht (Een -) van Da Costa.158gedichten lezen (Verkeerd -)150-151gelegenheidsgedichten: ruimer opgevat193-202, 292-307Hagarv. Da Costa.1

Página 247

265vs. 25-27. De Moffenheer was een likkebroêr en zijn neus, in overeenstemmingdaarmee, vurig-rood. Daarom laat P. het kille zeewater lust krijgen zic

Página 248

266vs. 50. ‘Zoo zij zich met hem vermaakte, het met hem aanlegde, hem de gunstenvan een' minnaar schonk.’vs. 54.stevels:‘laarzen’, hd.stiefel.vs.

Página 249

267bereiken, te grijpen: men tast naar iets in den blinde, in den donker; men tast in denzak, zonder soms iets te vinden, enz. Hier heeft het woord ee

Página 250

268gebruikelijk. Eenekeurswas oudtijds een vrouwenopperkleed, japon. Vandaar:keurslijf, eig. ‘het lijf, bovendeel der japon’, later ‘corset’. Dat het

Página 251 - Fragmenten van een lezing

269met dobbelsteenen, waarbij men boven de tien oogen moest gooien. OokHildebrand gebruikt het in dezen zin, C.O. p. 295. Wij komen dus tot het beslui

Página 252

270meenen, lag ditdieals logisch onderwerp in den geest van den dichter, toen hijden beknopten zin er bijvoegde. Zeker, ook dewiekenkonden smetteloos

Página 253

271vs. 12.smalen:‘met onverdiende minachting spreken over iemands persoon,afkomst, betrekkingen, handelingen, werk, enz.’vs. 14.voor een aap, omdat de

Página 254

272't zelfde. Wanneer zij het paartje maar bleef bespieden, dan mocht zij 't, door haretegenwoordigheid, desnoods kwellen.vs. 10.met zijn be

Página 255

273gezeurhier op als ‘getalm’: Govert heeft er schik in, Klaertjen te plagen door heellangzaam Elze's schaatsen aan te binden. Ofschoon deze bete

Página 256

274de ijsbaan doen’. Dat de bewegingen bij het schaatsenrijden wel eenigeovereenkomst hebben met die bij het dansen is duidelijk. Zoo zegt ook Bogaers

Página 257

370korentje (Zijn -) groen eten58-62Costers Teeuwis de Boer308-310Kuiper, Karel en Elegast: beoordeeld58-62Kuipers, Costers klucht v. Teeuwis:veroorde

Página 258

275van kinde grootluidt een bekende versregel in den bekenden rei van Hoofts Baetoen bij Heye:Wie door 't leven wil voeteeren, enz.vs. 105.lenen:

Página 259

276vs. 152.tentatie:‘verzoeking’.vs. 154-155. Woorden, die rijmen, behooren bij elkander; zoo doen ook de zaken,die hier genoemd worden. Wie draalt me

Página 260 - Liedekens

277is nog op het plattelanddewinter, waarin vele zaken geregeld en afgedaan worden.Met Kerstmis betalen de boeren de pacht en tegen Vrouwendag verhure

Página 261

278De praedicatieve bepaling.Onder de bepalingen in den enkelvoudigen volzin komen er voor, die niet een derattributen of bijbehoorende kenmerken noem

Página 262

279tieve werkwoorden behoort, kan het, even goed als wanneer het in een volzin alsgezegde stond, ook weer één of meer voorwerpen bij zich hebben, terw

Página 263

280voorwerpszinnen; wij krijgen dan:ik laat(d.i.laat toeofveroorzaak),dat de doktermijne pols voelt,dat de dokter mijne tong ziet.Die verkeerde bescho

Página 264 - Aanteekeningen

281te verklaren, dan stuiten we bij deze uitdrukkingen op iets onlogisch, dat bijlaten,gevolgd door een nominatief, niet bestaat.Zooals uit de aangevo

Página 265

282kamer, dus behoort hier dat werkwoordvegenmet het werkwoordmakenten opzichtevan het lijdend voorwerp met zijn praedicaatswoord in dezelfde rubriek.

Página 266

283edel mensch te zijneen voorbeeld van een dergelijk verschijnsel. Andere voorbeeldenzijn:Mijn zak komt als besteld,om in te laden Dien 'k op uw

Página 267

284als een stortval uit de wolken(ibid.), kan menoverschoten degrootsteappositiënbijEvaenverminktenverschroeidbepalingen van gesteldheid bijlijknoemen

Página 268

241-248, 308-310Middelnederl374Mijnheer: naam van de Hollanders.Taal en Letteren. Jaargang 2

Página 269 - 'T Passeren der linie

285Maar in het hachlijk uur,hier voor des Dichters oogen herroepen,is het stil. (DaCosta.)Claudine,onverschillig voor alles,sinds ze Frits had moeten

Página 270

286lingen, die niet bij het onderwerp behooren. Eigenlijk zeggen ze dan iets andersdan ze bedoelen en kunnen we zulke uitdrukkingen niet anders noemen

Página 271

287stelling eener oorzakelijke betrekking en worden gebruikt om causaal verband uitte drukken. Zoo wordtnueen redengevend voegwoord; zoo krijgtbijde b

Página 272

288king voor als tijdelijke eigenschap; hetgezegd hebbenwordt dus hier voorgesteldals tijdelijke eigenschap van het onderwerphij;het wordt hier dus al

Página 273

289andert aan de met haar eenigszins in tegenspraak zijnde koppeling in den zin. Wasde pas behandelde betrekkingvoorwaardelijk, deze istoegevend. Voor

Página 274 - Roeltjen uit de Bonte Koe

290van dat voegwoord is wel eigenaardig. Wij hebben het alleen in bovengenoemdetwee betrekkingen; de Engelschen gebruiken bij praedicatieve bepalingen

Página 275

291zelviging vinden we o.a. bij den vergelijkenden bijzin in voorbeelden als:Grootveldheer,als hij was,wist hij ook den slag te vermijden,als de overw

Página 276

292Hagar van Da Costa.Tekstverklaring.(Vervolg.)21-38.In vers 1-20 heeft Da Costa met enkele forsche trekken het tooneel geteekend,waarop we ons thans

Página 277

293Mamreworden Gen. XIII, 18 genoemd; Abraham woonde daar toenmaals; over dejuiste ligging van deze plek, bij Hebron, is geen zekerheid.Belofte(37) is

Página 278 - Het proza van J.P. Heije

294schouwelijk. -Eerlangis ‘weldra’1). -Ontbrak:geeft dit eene andere voorstelling dan‘ontbreekt’? En staat dit ook in verband met hetgeen voorafgaat

Página 279

XIX307moeielijke schrijvers lezen?263Mouringh: verkleinwoord381-383Muller en Logeman, De Proza-Reinaert:de editie beoordeeld167, 169, 169-173, 179-180

Página 280

295deernis; zal haar hart opengaan voor dat krachtige, gebiedende, alle tegenspraakafsnijdendekeer!(32). Let op, welk eenklimaxer is in deze geheele p

Página 281 - Woordverklaring

296kunstenaar afwijkt en op geenerlei wijze op den Engel zinspeelt, moeten we dieonderstelling toch laten varen. Wel denkt hij aan de plaat, ziet hij

Página 282

297in plaats van ‘bevat’, om de grootheid en de rijkdom dier beloften: de rijkdom enheerlijkheid van Abrahams woning komt hierdoor uit.38.Watis hier o

Página 283

298in de woestijn Bar-Séba. - Dit hebben we noodig te weten, voor het begrijpen dezerderde strophe. Maar de nog volgende aanteekeningen van zakelijken

Página 284 - De klankleer op de school

299lijke stad’; zoo spreken wij nog van ‘de stedelijke inkomsten’ en ‘het koninklijk paleis’.Maar ‘een koninklijk paleis’ kan iets anders beteeken: ‘a

Página 285

300(49), daar hij zich naar achter geschoven gevoeld; die verontwaardiging wordtgramstorigheid ofwrevel;en hij wreekt zich inspot(50) over de oude Sar

Página 286

301bep. van gesteldheid (als ‘gevolg van de werking’) en dus adverbiaal adjectief, bijde omschrijving: ‘als mensch’.43.die Abram etc.:de eenvoudigste

Página 287

302zonde van zijn moeder:in de XVIIdeeeuw hadden ze hier gezegd:de moederlijkezonde, met ‘moederlijk’ als zuivere genitief vanmoeder; moeder- enmoeder

Página 288

303vierde strophe getuigt daarvan: daarom is dit een anderDe moeder Ismaëls;ermoet verademing, goede verwachting, ontroerde blijdschap in zijn:D-e-m d

Página 289

304een zoogenaamd ‘historisch praesens’: de dichter laat het verleden feit eensklapstegenwoordig worden, opdat we de woorden des Engels nu als zelf ho

Página 290 - Leeuwarden

232ridderroman (Herinnering a.d.-)?381-383Reynaert die Vos (Die Historie v.)363Romaansch en Latijn363-365roman (Geschied. van 't woord -)365roman

Página 291

305in eere zal houden. Het is bekend hoe de echte Arabieren zich kenmerken door eennergens geëvenaarden familietrots; Da Costa zelf had dat ook. Gelij

Página 292

306staan had: ‘wanen’ te zijn, voor ‘gewaand’ te zijn. Toch moeten wij grammatisch devoorkeur geven aangewaandhier. Immers, onder de werkwoorden die i

Página 293 - Wellevenskunst

30772-74.Geen:onbepaald voornaamw. = niet eenig; maargeenin 73 en 74 heeft dekracht van het bijwoordniet, dat den geheelen zin ontkent: ‘maar het isni

Página 294

308Boekaankondiging.Middelnederlandsch.2. Karel ende Elegast, opnieuw uitgegeven door E.T. Kuiper (akademischproefschrift). Amsterdam, van Kampen en Z

Página 295

309van 3 hss. en van een 4e, dat als ‘vorlage’ van de rijnsche bewerking in Karl Meinetis te stellen; alleen neemt Bergsma aan datMenKnader met elkaar

Página 296

310der historisch-letterkundige vragen met zekerheid beantwoord wordt, mag aan dezestudie den lof niet onthouden dat zij flink op de zaak ingaat. Alle

Página 297

311Kleine meedeelingen over boekwerken.Parisismen(Parijsch argot),Supplement-fransch-nederlandschwoordenboek, naar Dr. C. Villatte, door H.W.F. BONTE.

Página 298

Ook aan vakgeleerden kan een stelselmatig overzicht hunner wetenschap somtijdswelkom zijn, al was het slechts als memorandum’.En als eerste proeve is

Página 299 - 1892. - Groot 8

312lijkt het erg geleerd; nu, dan mag men er wat meer op studeeren.Alleen; er had wel wat in kunnen gezegd over de consonanten, die Friezen in‘dood’ e

Página 300

313Uit de spraakleer.Als er een nieuwe spraakleer van het nederlandsch uitkomt, of een herdruk van eenbestaande, wordt dit in kranten, en tijdschrifte

Página 301 - Een inleiding tot Vondel

XX232spreekoefeningen383spreektaal (Tegenwoordige -) enMiddelnederl.: overeenkomst174stedennamen365stijl (Wat is -)?365stijl iets persoonl. en noodwen

Página 302

314Bij vroeger is er nu wel 't een en ander, natuurlijk, veranderd. Maar over 't geheelis 't brokwerk, pleister op de oude muur; een en

Página 303

315er nooit op, dat beiden in den grond één zijn; en men behandelt ze nooit zoo.Men miskent, zoo doende, het eigenlijk wezen van de taal.Het is alsof

Página 304 - Inleiding

316IWoordvorming.1. Elke keer, als men een woord gebruikt, d.i. denkt, of zegt, maakt men dit eigenlijkop nieuw. Vrijwel onbewust, doet men dit groote

Página 305

317woorden nog al eens in het zelfde verband voor, dan vereenigen die beide zich vaaknauwer, dan met het overige gedeelte van de zinnen, dat natuurlij

Página 306

318dan half op den weg naar de samenstelling. Evengoed als:nooit-niet,nooit-geen,nergens-geen,niets-geen;die koppelingen, die dienen om het begrip te

Página 307

319met z'n hoevelen moeten jullie daar wezen? - het antwoord meestal is: met z'n beiën,z'n drieën, vijven, achten; - zoo, ga er maar li

Página 308 - Pieter Langendijk door

320spreektaal geen verschil maakt tusschen ‘klink’ en ‘klinkt’ in den imperatief1): menhoort, uit den mond van beschaafden - niet in de volksdialecten

Página 309

321en zoo doen wij nog; het werd een kenmerk van zulke samenstelling in 't algemeen.Een paar van die, maar nogwordende, samenstellingen meen ik t

Página 310

3225. Men zal zeggen: hij schenkt alweer het water bezijën 't glas. - Maar ook: hijgiet het water weer 't glas bezijën langs. Dan staat de p

Página 311 - Verbetering

323werkwoordelijke samenstellingen zijn er dus met bijwoord-voorzetsels en bijwoorden1).Niet in alle zin - de taal bestaat niet uit losse woorden - ka

Página 312 - AANTEEKENINGEN

260tekstverklaring van Hooft250tekstverklaring van Huygens216-229, 257-277, 367-380v.Potgieter251tekstverklaring van Vondel366, 383Tijd (Onze -): een

Página 313

324voor-goed afgescheiden heeft, kan het er op verschillende wijzen mee gaan.7. Zoo'n samenstelling wordt veel gebruikt, langzamerhand heeft men

Página 314 - Louw en de waarzegster

325En deze soort is, evenals alle analogie-formatie, veel-en-veel talrijker1)dande nieuwe vormingen.Evenals bij enkelvoudige woorden, denkt men bij de

Página 315 - Velddeuntje

326Daarbij komt nog de invloed van onze syntaxiale constructie, dat men adjectivazonder uitgang bij 't substantief plaatst, waar ook samenstellin

Página 316

327raal); stads-leven (locatief); tentoonstellings-gids (voor de tentoonst.);vrijheids-zin (voor de vrijheid), reddings-leger (om te redden); stersgew

Página 317

328zwakken genitief enkelv. of meerv. die òf bewaard bleef (heerenknecht, hazenlip,menschenvrees, van het eertijds zwak verbogen haas), of tot -everba

Página 318

329Alleen bij onzijdige woorden, die vaak in 't meervoud nog -ers, -ĕren hebben,wordt wel -er- ingevoegd. Vgl. echter rundvleesch, rundvee naast

Página 319

330angst-kreet. - land-man [NB. lands-man]. - anker-touw. - ankersmid. -kikker-billetjes. - burger-juffrouw. - moeder-land. - zustervereeniging. -wint

Página 320

331rood-huid. - wijs-neus. - plat-voet. - rood-borstje - kwikstaart. - neus-hoorn. -een-hoorn (unicornus). - duizend-poot. - drie-voet (etc.) - drie-h

Página 321

332[vgl. Oostinje-vaarder]. - ambachts-man. - vermogens-belasting1). - scheids-man. -leids-man2).Is ‘loods’ afgekort uit lood-s-man? Vgl. puts(-emmer,

Página 322 - Machteld

333ei [vgl. spreeuwe-ei]. - stad-huis: stads-huís. - rooverbende: rooversbende. -ambt-genoot, ambt-man: ambts-broeder, -regel [vgl. ambachtsman, ambte

Página 323

XXI252Vondels drama's: Verwey's oordeeldaarover174Wapens (Sprekende -)370Wijntje en Trijntje167-169, 169-173woordspeling in de volkstaal173-

Página 324

33423.Samenstellingen met -er- en -ere-.eier-vrouw: eiere-vrouw [vgl. groente-vrouw]. - kleer-koop: kleerekoop. -kalver-markt: kalvere-markt.24. Er ka

Página 325 - Papegaaien-deuntjen

335Ook ‘snik-heet’, ‘snik-warm’ zoowel als ‘stik-heet’ en ‘stik-vol’ zijn in hun samenstellingnog doorzichtig genoeg; maar hoe is dit met ‘snik-verkou

Página 326

336visch-gerei, naai-gerei, eet-gerei, schuur-gerei, schrijf-gerei, wasch-gerei, drink-gerei,jacht-gerei1).Ook -boel en -rommel marcheeren dien weg al

Página 327

337In: ‘nee, jongelief, dat gaat híer zoo niet, je moet liever maar weggaan’, is ‘jongelief’vrij wel synoniem met ‘jongetje’; let maar op meisjelief,

Página 328

338te voegen waren: steke-zot, puur-steke-zot, steke-vet, steke-vol. Waar zijn dezenaar gevormd?1)Nu voelen we nog nu en dan verband tusschen stok-doo

Página 329

339suffix, wie spreekt er nog -lijk uit? 't Heeft zich afgezonderd van het substantieflijk1), dat ook in gewijzigde beteekenis ‘gestorven wezen’

Página 330

340eig. mensche-leeftijd; en met Roelofsen, uit ‘Roelofsoon’, vgl. ook wimper,dat uit wenkbrauw is ontstaan1).Tot dit soort hooren ook de plaatsnamen

Página 331

341en spreekt thans van breigeman (uit breigemman); in de steden van ‘bruggeman’,in het bekende liedje van: Koekuut ‖ De broek uut ‖ De rok an, ‖ Koku

Página 332

342is - dit hier terloops - het kennen van de volksetymologie meest van meer waardedan het weten der wetenschappelijke etymologie.1)29. Het oorspronke

Página 333 - De praedicatieve bepaling

343Waar zou 't heen met onze tegenwoordige taal, wat bleef er van over; ja, van alletaal, in welke periode ook, als men de analogiën er eens alle

Página 334

VIII226beslissen van14bestkoop.228beugel220bezweren339bier = bierfeest171bijstervelt283-284bijvoegl. beknopte zinnen (Praedicat.bepal. zijn geen -).26

Página 335

1De roos van Dekama.Nog altijd wordt in Nederland, ondanks het veranderen der tijden, de Roos vanDekama een amusant boek gerekend. Men kan pittiger, d

Página 336

344In 't vrouwelijk is het natuurlijk haar; 'r, of d'r (fonetischər,dər).Evenals in de pluralis:zij gingen voor de lui der bed staan (B

Página 337

345Maar beperken deze -s1)niet tot de masculina meer, en zeggen ook:ondank is 's werelds loon. - 's werelds goed is eb en vloed. - tantes ho

Página 338

346dan éen lettergreep op -e, vooral die in de dagelijksche spreektaal gebruikt worden,krijgens.Men moet er dan echter aan denken, dat woorden als ‘ar

Página 339

347De afkomst van dit -enis zeer verschillend, wat er echter weinig toe doet; niemandvoelt het verschil meer, feitelijk ís 't er ook niet meer.36

Página 340

348ook al zijn de vormingen van sommige grondwoorden niet in de mode, vanvoorzetsels b.v.; wat niet is, kan worden. En bovendien, al staat zoo'n

Página 341

349De vorming met -t, -de(omt, omtalmdeb.v.), vooronderstelt nog volstrekt niet datook er een met -en(ommen, als inf., b.v.) moet wezen. Hier dient aa

Página 342

350in-: in-lui, in-smerig, in-lief;mis-: mis-baksel, mis-punt;-(en)-ist: klokkenist, havenist, (lui, die als baliekluivers op de haven rondzwerven);-i

Página 343

351Of er dan veel van die nieuwigheden van nu in ons beschaafd nederlandsch overzal gaan? Neen, zeker heel weinig; maar zoo is 't altijd geweest.

Página 344

352Zijn het nu woorden van zoogenoemde begrippen, dan is hun beteekenis allesbehalve vast. Het zijn aanduidingen, daar later eerst meer bepaalds bijko

Página 345

353Men vertelt toch ook niet dat ‘schamen’ een afleiding is van ‘schaam’? Of dat ‘gezicht’bij ‘zien’ hoort?Trouwens, dat is in een spraakleer ook nerg

Página 346

2werkende, wordt de Roman de geschiedenis van dien aanleg, even noodwendigals de geschiedenis van den constitutioneelen regeeringsvorm of van de idee

Página 347

354zin als: ‘waar de taalvorschers nog niet tot eenstemmigheid zijn gekomen, kan degewone taalbeoefenaar geen partij kiezen.’Maar waarom ook al die wi

Página 348

355Voor die verder wil zal de kennis van 't nú, het vroegere eerst recht doen begrijpen.Dat nú moet voor allen hoofdzaak wezen; en voor de meeste

Página 349

356De stam kan naar analogie gevormd wezen. Wij maken ook grovve naar grof;brosse en brosheid naar bros, zoo goed als broos, en broosheid naarbroze. W

Página 350

357verschillende vormen bij elkaar kwamen in een exemplum, bewijzen o.a. nóg: ik,mij, wij, ons; tu, vos; is, was, zijn. 't Is net zoo iets als ‘s

Página 351

358was; vele suffixen toch hadden in den oudsten tijd ook den hoofdtoon1). Zooonderscheidt men nu sterke, middel en zwakke, en vaak nog ook een zwakst

Página 352 - Derde strophe (39-57)

359lóage), laten (nfr. litte, got. lêtan), daad (nfrie. died, ofrie. dêd, got. -dêths, ohd.dât), beitel, bleek (eng. black), steil (vgl. ohd. steigal)

Página 353

360in het praesens, in het perfectum, enz. Deze gelijkmaking gaat hoe langer hoeverder, vgl. wij bonden, ik bond; kalf, kalven, en duitsch kälber, enz

Página 354

361kenis veranderd: drenken uit ‘drank-jan’ (got. dragkjan, oudhoogd. drenken). -zenden uit ‘sand-jan’. - kwellen uit ‘kwal-jan’, (kwelen is ‘pijn lij

Página 355

362slippen uit ‘slip-jan’ naast ‘slijpen’. - (ver)zwikken uit ‘-swik-jan’ naast‘(be)zwijken’. - Ook hier zullen er substantiva naast gestaan hebben; e

Página 356

363Woordverklaring.Het woord roman.Als aanvulling van het artikeltje over ‘romantisch’ vraagt men ons iets over het woordroman. Dit volgt hier.‘Roman’

Página 357 - Vierde strophe (58-74)

3wijsheid, geest en beteekenis, omdat het kunst zonder idee is. Wat heeft men nietgespot met die idee; wat al wijze koppen hebben hunne veelzeggende s

Página 358

364een geschiedkundig werk, een levensbeschrijving, een kroniek als iets verdichtszijn. Het was elk verhaalwerk datniet gezongenmaargelezenwerd. Zoo w

Página 359

365daagsche dingen. De verhaaltrantis iets dat onder omstandigheden verandert, ietsdat zijn eigen geschiedenis heeft. Zoo is het ook met de verhaalde

Página 360

366Conservatisme.Men schijnt het conservatisme te willen zoeken in het behouden en aankleven vanhet oude, alleen omdat het oud is. Deze bepaling is ge

Página 361

367Potgieters Liedekens van Bontekoe.Aanteekeningen.(Slot.)vs. 326-327. De dichter verontschuldigt zich, zeer bescheiden, over de lengte vanhet vorige

Página 362

368vs. 334.hare offerschalen, nl. vanhet Oosten. Evenals bij de personificatie vanlanden en steden wordt hier het Oosten als eene vrouw voorgesteld. D

Página 363

369vs. 357-359.maar:‘enkel’, ‘niets dan.’ Aan den oever der rivier heerschte stilte en't was er onder 't geboomte zoo duister, dat hij er ni

Página 364

370vs. 1.die in 't booze ligt:uitdrukking aan den Bijbel ontleend: Wij weten dat wij uitGod zijn, en dat de geheele wereld ligt in het booze, 1 J

Página 365 - Stemmen uit de Vrije Gemeente

371v. 29.Bylo!een uitroep van onzekere afkomst. Het eerste lid is zeker wel hetvoorzetsel, men zweert nog bij God en alle heiligen. In het tweede heef

Página 366 - ONTE. - Gouda, van Goor

372vs. 384.der uitgelaten rei. Misschien schrijft P. hierrei, omdat de wilden een' dansuitvoerden;reiis tochdans, maar ook:dansende groep. Doch d

Página 367

373nemen. Wie lust had, den Prins te dienen, riep natuurlijk:Lang leev', enz.vs. 6.die, nl. den stijven arm, den houten poot. Zegt men:de drommel

Página 368

4Deodaat is in éen woord: een Tugendheld. En hij is ten volle waardig, dat, terwijl hijgeen enkele poging daartoe te werk heeft gesteld, hij aan Aylva

Página 369 - Uit de spraakleer

374vs. 21.ter nood:‘ter nauwernood’, -jaar en dag:‘een goed jaar’. Eigenlijk is het eenrechtsterm, uit de middeleeuwen afkomstig, om den verjaringster

Página 370

375vs. 33.de schelle luit: luitstaat hier voor een of ander snareninstrument, bij deJavaansche dansmeisjes in gebruik.vs. 34.der Bajaderen-schaar: Baj

Página 371

376opstaat voor den bezitter van een ton, dient wel diens meerdere te wezen.vs. 61.mijn pot:‘mijn spaarpot’.vs. 415.het koeltjen,aangesneld uit zee:‘d

Página 372 - Woordvorming

377gerigt. De weglating van het onderwerp in zinnen als den tweeden wordt in hetWoordenboek der Ned. taalafgekeurd op grond, dat zij bijzinnen zijn en

Página 373

378dus gevoeglijk kan vergeleken worden. Ook zeide of zegt men nog:zijne scheenenstooten:‘teleurgesteld worden’;dat zal hem voor de scheenen springen:

Página 374

379Wat wenscht ge, dat, voor sombre beelden,Te diep ons grijpende in 't gemoed,Slechts blinkende deez' zang doorspeeldenDer vreugden rei, de

Página 375

380vs. 538.zijn pand:zijn pand van trouw, den trouwring.vs. 544.niets en gaat voor de echte trouw, variatie op den slotregel van misschienhet aardigst

Página 376

381Boekaankondiging.Middelnederlandsch.4. Die hystorie van Reynaert die Vos, naar den druk van 1479, vergelekenmet William Caxton's Engelsche ver

Página 377

382het zin-accent de woorden bijeenkoppelde?1)Let eens nauwkeurig op hoe wij nunog lezen; en merk dan dat wij vaak het woord - en psychologisch juist

Página 378

383baarder. En tal van mooie opmerkingen staan er bovendien in; ik voeg er nog dezekleinigheid bij dat het ofrie. ‘wesenclene’ = weesje, pupillus, ken

Página 379

5hem geopenbaard door dichterlijke intuïtie. De Roman wordt dan de illustratie dierstelling, een plaatje, niet voor alle volwassen menschen. Is Van Le

Página 380

384häuer, der einen stollen auf gut glück anschlägt, wenn er auch nicht sicher weiss,dass sich ihm eine ergibige ader auftun wird. aber wir alle werde

Página 381

6een Kort Begrip samenvatten met het motto uit Rodenburgh, door Bakhuizen, denGidsman, een onbelangrijke stelling genoemd: ‘Fortuyn liefst hem besoeck

Página 382

7deugd geen strijd. Zoo zij nooit en nergens een duim breed afwijken van de algemeenals vereerenswaardig erkende beginselen van betamelijkheid, het is

Página 383

8het tweede stelt hij hem ter elfder ure voor als genezen, in staat zijn 'faits et gestes'voort te zetten; straks brengt hij hem tot nader o

Página 384

9ondergang met religieuze zekerheid; ons negentiendeëeuwsch natuurkundig verstanddenkt niet aan tegenstribbeling. Ons medelijden en onze vrees vergeze

Página 385

10rij van tooneelen, voor de genialiteit zijner slimheid. Hij is de man naar Van Lennepshart, Van Lennep-zelve. Hij is het genie van de luim, aan wien

Página 386

335-336collectiva met -goed, -tuig-, -boel,-rommel, -pak266, 269, 296constructies200, 301constructie (Merkwaardige -)219constructie (Ongewone -)305con

Página 387 - Samenstellingen met -s

11het uit te willen zingen tegen den Graaf, met af te moeten dalen tot den rang vanbijpersonen, par acquit de conscience, ter wille van den belangstel

Página 388

12Optimisme der jeugd en op elke bladzijde schier het schalksche oog van den auteuren de vriendelijke mond met den snaakschen trek ons verwelkomen.Moc

Página 389 - Samenstellingen met -s- en -e

13kunst vermag den wil der winden onder zijn gebied te brengen. De Natuur kent geenonderscheid des persoons; aan het spel der golven prijs gegeven, zi

Página 390

14oogpunt van den vorm van enkele zijden beschouwd en wij trachtten den lezerdaarbij sommige letterkundige denkbeelden aan te brengen of bij hen te ve

Página 391

15Iets over den superlatief.(Naar aanleiding van eene examenvraag.)Bij het schriftelijk examen voor de akte van bekwaamheid als hoofdonderwijzer, inde

Página 392

16de mensch het gelukkigste wezen?- In beide gevallen zijn de superlatievenbetrekkelijk, doch de eerste twee zijn bijwoordelijk, de laatste bijvoeglij

Página 393

17Als van zelf doet zich nu de vraag voor: Waar zit de fout? In het voorbeeld of in deSpraakkunst? De beantwoording van die vraag is het doel van dit

Página 394

18Nu rest ons nog, te doen zien, waarin die onjuistheid bestaat en van het onderscheidtusschen die beide vormen van den superlatief eene andere verkla

Página 395

19superlatief, ook dien van het attributieve adjectief, van een lidwoord te doenvoorafgaan, de opmerking geheel en al misplaatst zijn, dat daar, waar

Página 396

20attributieven als van den praedicatieven superlatief. Dat is echter niet altijd zoo. Hetgeval kan zich voordoen, dat het naamwoordelijk gezegde een

Página 397

372drilmeester372drillen272drommel (Den -) geven van275druilen227duim (Op zijn -) fluiten187duim (Op zijn -) draaienTaal en Letteren. Jaargang 2

Página 398

21b. Deze toren is hoog; die is hooger; maar gindsche toren is hethoogst.3. Bij vergelijking van eene hoedanigheid van dezelfde zelfstandigheid metdie

Página 399

22De geslachten der zelfstandige naamwoorden in het Nederlandsch.Geen hoofdstuk uit de grammatica is voor ons, Nederlanders, zóó onaangenaamen lastig

Página 400

23in de geschreven taal dus aan dat onderscheid vasthoudt - en tot dusverre doen wijdat allen - moet het kunstmatig aanleeren. Wij merkten reeds op, d

Página 401

24Voorloopig zijn wij nog niet zoo ver,1)schoon hier en daar reeds eenig licht isontstoken. Zoo heeft men gewezen:1o. Op het feit, dat in een vroegere

Página 402

25toonen in de 14eeeuw, maar eerst in de 16een in 't begin der 17eeeuw tamelijkalgemeen wordt.In het Middelnederlandsch vindt men niet zoo heel z

Página 403

26U stercte, u hool, úwenarm, uwensteen,U borcht, uwenschilt, u toevlucht, u voedere,Uwenwech, u waerheyt, u leven alleen’ (blz. 5).‘Dats voor mi eene

Página 404

27werelts’ (146a; vgl. 150a: inde werelt); ‘de schamelheyt onses Moeders der H.Roomscher Kercke’ (150b).Wat wij bij Marnix, en in 't algemeen in

Página 405

van eenen of eenvrouw1).6van eenen of eenman.6Men ziet, er is eenig verschil tusschen de verbuiging van Marnix en die1)Eenenkwam ook wel voor in &apos

Página 406

28van de mannen derTwe-spraack. Maar dit verschil doet de verwarring slechts tescherper uitkomen.In het begin der 17eeeuw was de toestand eer vererger

Página 407

29‘Ick sal denuwenwesen’ (162).‘Dat desendach dendraet mijnshoopsin stucken cort’ (163).‘Denraedt is al vergaert’ (ald.)... Mijns dochters huwelijck’

Página 408

IX228duimkruid203-210E, ee; o, oo (Spelling van -)204e en o in 't Middelnederl204e en o in de XVIeeeuw204-205e en o bij Coornhert205e en o bij Vo

Página 409

30geslacht. Toch was van Heule niet van meening, dat men het daarmede steeds zooprecies hoefde te nemen: ‘Dit onderscheid der geslachten en behouft in

Página 410

31telkens tegenspreken - en soms misschien ook door het voorbeeld van andere,vooral oudere schrijvers. Verder zal bij Hooft de invloed van het Latijn,

Página 411

32blaes zijnerneuze’,JobIV, 9.Nachtis vrouwelijk inPs.XIX, 3: ‘ende de nacht aendenacht toont wetenschap’, mannelijk inPs.VI, 7: ‘ick doe mijn beddede

Página 412

‘Ick ken, ick heb misdaen, denStief-moer te behaghen’.Taal en Letteren. Jaargang 2

Página 413

33Zoowel het voorbeeld, door mannen als Hooft en Vondel gegeven, als de invloedder spraakkunstenaars veroorzaakten een toenemend streven naar taalzuiv

Página 414

34het licht zag, getroostte zich in dit opzicht veel moeite. Doch wijl hij niet dan eenenkele maal het oog richtte opuitgangen, maar alleen op de slot

Página 415

35DeAenmerkingen over de Geslachtenmaakten opgang; in 1711 verscheen eentweede druk; in 1723 een derde, onder den titel:Lijst der Gebruikelykste Zelfs

Página 416

36Gesl. dat v.Hoogstraten aanGesl. bij Vondel.Gesl. bij Hooft.Zelfst. nw.het woord wiltoekennen.o. en v.v.o.bosschaedje[v. bij Moonen enVollenhove.]m.

Página 417

m.m.v.kusm.m.v.lachm. [v. bijAntonides.]m.m.lasterm.m.v.lonkm.m. en v.m. en v.loopm.m. [wellust vr.]m. en v.lustm. [m. bij Rotgans.]v.v.maaltijdm.m.v.

Página 418 - Kennis en verstand

37Gesl. dat v.Hoogstraten aanGesl. bij Vondel.Gesl. bij Hooft.Zelfst. nw.het woord wiltoekennen.m. [v. bij Moonen.]m.m.nachtegaalm.m.v. (?) en o.m.oev

Página 419 - Het woord roman

351fiets, fietsen326flectievormen (Oude -) insamenstellingen359-360fleetievormen (Wording van -)343flectie ontstaat uit syntactisch verband343-344, 34

Página 420

m.m.v.stalm.m.v.stamm.m.m. en v.steekm.v. en o.o.m. en v.strandv.-m. en v.suikerm.m.v.temperv.m. en v.v.vaartv.m. en v.m.vederv. en o.v.v. en o.venste

Página 421

38Gesl. dat v.Hoogstraten aanGesl. bij Vondel.Gesl. bij Hooft.Zelfst. n.w.het woord wiltoekennen.m.m.v.vredev.o.v.vuilnism.m.v.waano. [v. bij Huygense

Página 422 - Conservatisme

39‘Ik was wel eer in twijffel of het Onderscheid van 't Manlijke en Vroulijke Geslagt,omtrent Levenlooze zaken, die geen Kun-verdeeling onderworp

Página 423

m. en v.nachtm. en o.lofm. en v.eikm. en v.naamm. en o.loonv. en o.flankm. en v.naadm. en v.lustm. en v.galgeTaal en Letteren. Jaargang 2

Página 424

40m. en v.uilv. en o.spitsm. en v.nebv. en o.vensterm. en o.stofm. en v.neusm. en v.vlekm.v. en o.stoofm. en v.noodm. en v.vlijtm.v. en o.strandm. en

Página 425

41Wagenaar! Wagenaar toch heeft veel geschreven, heeft goed geschreven en is -geen dichter.Hoogstraten'sLijst, waarvan intusschen in 1759 een nie

Página 426

42opstellen van geslachtsregels en het toelichten daarvan. Nagenoeg alle regels diein onze tegenwoordige grammatica's betrekking hebben op het ge

Página 427

43zelfs schrandere mannen een eigenaardige verblinding. Men ziet in, men toont aan,dat Hooft en Vondel in hunne geslachtsbepaling onbetrouwbaar zijn;

Página 428 - Jan Compagnie

44eenig het minste verstandelijk inzicht. Wil (Hoogstraten) in een zeer byzonder gevaliets meer doen dan een bloote en enkele waarneming geven, hy tas

Página 429

45òf uit een adjectivum òf uit een verbum; en dat zij in 't eerste geval altijd vrouwelijkmoesten zijn. Wat het tweede geval betreft, hier waren

Página 430

X28-43geslacht in de XVIIIeeeuw34-38geslacht bij Hoogstraten38-40geslacht bij Ten Kate en Huydecoper41-43geslacht bij Kluit43-47geslacht bij Bilderdij

Página 431

46Eenige der belangrijkste gevallen mogen hier vermeld worden:BILDERDIJK.KLUIT.Znw.V.M.AmstelV.M.anijsV.M.beulingM.V.bijlV.M.bolsterM.V.boorM.V.braamV

Página 432

V.O.kaneelM.V.karosM.V.keperM.V.kerfM.V.kievitM.V.kinkM.V.klaroenM.V.klepV.M.klosV.M.koepelM.V.koolV.M.kostM.V.krasM.V.kribM.V.kuchV.M.kwastM.V.luierM

Página 433 - Dieuwertjen

M.V.poolM.V.preekV.M.prijsM.V.prulM.V.ratM.V.schalmM.V.scharM.V.schokM.V.scholV.M.schootM.V.schouderM.V.slofM.V.snufM.V.spatM.V.speerM.V.spierM.V.spro

Página 434

47BILDERDIJK.KLUIT.Znw.M.V.stopM.V.suikerV.M.tegelV.M.treeftV.M.troostV.M.tuinV.M.turfV.M.vaakM.V.vijlV.M.vingerlingM.V.vlekV.M.vorschV.O.wambuisM.V.w

Página 435

overeenstemming te komen met andere talen - mannelijk. Waar Kluit twee geslachtenvermeldt, wordt door Weiland dikwijls een keuze gedaan.De spelling va

Página 436

48magazijn(1853) gaf hij eenigeBijdragen tot de kennis van het Geslacht derZelfstandige Naamwoorden.1)Te Winkel tracht in zijn stuk het geslacht vast

Página 437

49Aangaande de namen van vruchten wordt opgemerkt: ‘In dePomologievan Knoopkomen nog verscheidene namen van appelen en andere vruchten voor, die menve

Página 438

50Bij de geslachtsregeling door de Vries en te Winkel heeft men zich tot dusverreneergelegd. Wel wordt er door dichters en prozaschrijvers dagelijks t

Página 439

51Boekaankondiging.Studieboeken voor de hoofdakte.II.Zoo wij durfden, zouden wij den welwillenden lezer wel gaarne uitnoodigen tot eeneherlezing dier

Página 440 - Aangenaam

52keuriger kennis van den tekst ten doel heeft. Daarná de paraphrase. In de eersteafdeelingbesluitelke oefening met gemengde taaloefeningen naar aanle

Comentários a estes Manuais

Sem comentários