Engel IB144 Manual do Utilizador Página 337

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 336
282
kamer, dus behoort hier dat werkwoord
vegen
met het werkwoord
maken
ten opzichte
van het lijdend voorwerp met zijn praedicaatswoord in dezelfde rubriek. Op een
eigenaardig verschijnsel moet ook hierbij de aandacht gevestigd worden; soms n.l.
is het gebruikte werkwoord intransitief, maar wordt, indien tengevolge der handeling
eene zekere zelfstandigheid eene zekere hoedanigheid verkrijgt, door de bijvoeging
van den naam dier zelfstandigheid als lijdend voorwerp met den naam dier
hoedanigheid als praedicaatswoord, een transitief werkwoord.
Loopen
en
schreeuwen
b.v. zijn ontegenzeggelijk intransitieve werkwoorden, maar indien ik wil uitdrukken,
dat als gevolg van het loopen, mijne schoenen scheef worden, of dat ik, tengevolge
van iemands schreeuwen, doof word, dan gebruik ik de zinnen:
ik loop mijne
schoenen scheef
en
die kerel schreeuwt mij doof
, waarin
scheef
en
doof
praedicaatswoorden zijn bij de lijdende voorwerpen
schoenen
en
mij
, en waarin dus
de werkwoorden
loopen
en
schreeuwen
transitief zijn geworden. Zoo gebruikt,
behooren die werkwoorden met
maken
in dezelfde rubriek.
Verder vinden we hier ook werkwoorden, die, evenals
zien
,
hooren
,
voelen
, enz.
bij de werkwoordelijke praedicaatswoorden, eene waarneming te kennen geven,
zooals in het tweede der gebruikte voorbeelden het werkwoord
vinden
en het
werkwoord
achten
. Hierbij behoort te worden opgemerkt, dat bij het naamwoordelijke
praedicaatswoord het werkwoord soms niet de eigenlijke waarneming, maar meer
het uiten dier waarneming, het op die waarneming gegronde oordeel te kennen
geeft, zooals b.v. bij de werkwoorden
noemen
,
prijzen
,
roemen
, enz. Voorbeelden
van deze naamwoordelijke praedicaatswoorden zijn:
Noem het een weelde
,
bij 't suizen der blâren
,
's Zomers de koelte te drinken in
't woud
. (Bogaers).
O
,
kon ik dag aan dag In 't leed ten steun u zijn
,
die 'k eens zoo
zalig zag
. (ibid.)
En 't juichend schepslenheir
,
dat op het wichtje staart
,
Waant de
onschuld weêrgekeerd en God verzoend met de aard
. (ibid.)
Dan wijze ik u de
plekjes
,
die ik 't bekoorlijkst vond
. (Beets.)
Doch laten wij geene deernis vergen
,
waar men haar ziekelijke gevoeligheid schelden zou
. (Potgieter.)
Hoe gaarne achtte
zij waarschijnlijk wat zij wenschte!
(ibid.)
De deurwaarders hadden immers die stoep
al zoo lang plat geloopen!
(ibid.)
Nu noopt de Titan
,
rijk van gloed
,
Zijn blauwe rossen
uit den vloed En rent den slagboom open
. (Bilderdijk.)
De zeeman biedt in 't holle
zeil Den wind het kostbre leven veil
(ibid.)
Zooals opgemerkt is, en duidelijk uit deze voorbeelden blijkt, geschiedt ook hier
de toekenning van het gezegde, dat in het praedicaatswoord is uitgedrukt, aan zijn
onderwerp zonder uitdrukking van de koppeling. Toch vinden we in sommige van
zulke zinnen het koppelwerkwoord ook; maar zelfs dan mogen we nog niet spreken
van uitdrukking der koppeling, omdat de nominatiefvorm van het onderwerp en de
persoonsvorm van het werkwoord ontbreken. Het koppelwerkwoord staat, indien
het bij zulk een praedicaatswoord voorkomt, in de onbepaalde wijs. We hebben in
den zin
wij achten uw buurman een
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 336
1 2 ... 332 333 334 335 336 337 338 339 340 341 342 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários