
317
woorden nog al eens in het zelfde verband voor, dan vereenigen die beide zich vaak
nauwer, dan met het overige gedeelte van de zinnen, dat natuurlijk niet altijd 't zelfde
is. Zoo'n syntaxiale woordgroep kan worden tot een samenstelliug.
Wanneer is 't nu zoo iets?
Als het accent van een van beide deelen verandert?
Dit is geen afdoend herkenningsmiddel
1)
. Dan zou in: hı gàf mĕ (jou, hem, etc.)
'n bőek, - èn ‘gaf’ èn ‘me (jou, etc.) 'n’, ook een soort samenstelling vormen met ‘hij’;
daar door de bijeenvoeging het accent op ‘me 'n’ veel zwakker is dan op ‘gàf’ en
‘hı ’. Net zoo is 't in: d t ĭs mijn bóek, en dàt ĭs mí n bóek
2)
; kòm h er! En bij zooveel
anderen.
Wanneer dan?
Als die syntaxiale groep in een bepaald verband geregeld gebruikt wordt; anders
gezeid: wanneer men met twee of meer woorden samen iets afgezonderds, iets
afzonderlijks
, iets
nieuws
ook, gaat aanduiden, dau heeft men samenstelling.
Nu is 't vaak moeielijk aan te geven wanneer dit gebeurt. Het geïsoleerd raken
uit het verband, dat ‘wat-afgezonderds-aanduiden’, gaat al langzamerhand; eerst
na verloop van tijd wordt de syntaxische verbinding compositum.
Dus zijn er in elke taalperiode bestaande, maar ook
wordende samenstellingen
.
Ook in de onze.
Maar 't is lastig deze laatste aan te wijzen. Wat door den een nog niet gevoeld
wordt als iets afzonderlijks, dat uit het overig syntaxiaal verband gescheiden is,
wordt dit wel door een ander. Als ze zich afgescheiden hebben, is het makkelijker.
We willen echter zien er een paar te vinden, onderhand we syntactische verbanden
nagaan.
Een mooie is er in den zin: ‘ik geloof er niets van, niemedal’; anders gezeid: ‘ik
geloof er niets niemedal van’. Dit is een verdubbeling, die vaak voorkomt
3)
. ‘
Niets
-
(
niks
-)
niemedal
’ is al meer
1) Zie ook Boer, hiervoor, blz. 101.
2) Over de accenten mag ook wel eens wat gezegd. Het chromatisch accent negeert men totaal
bij de ‘wordende samenstellingen’. Ik ga daar nu niet op in; dat hoort bij de Accentleer. Alleen,
men moet er op letten gaan. - Ook hier is veel, wel 't meeste, analogieaccentueering.
Wat Jacobs-Koenen,
Spraakleer
, § 680, 684, daaromtrent debiteeren, is onjuist.
3) Vgl. maar: brokstuk (dat in Van Dale-Manhave ‘een verwerpelijk pleonastisch germanisme’
heet!) daarvandaan, doemvonnis, etc., zie Verdam,
Gesch. Nederl. Taal
, blz. 178, Molema,
Gron. Woordb
. 374/5. - Vgl. ook: er (ergens) van af weten; enz.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais