Engel IB144 Manual do Utilizador Página 359

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 358
304
een zoogenaamd ‘historisch praesens’: de dichter laat het verleden feit eensklaps
tegenwoordig worden, opdat we de woorden des Engels nu als zelf hooren.
Vergeleken met hetgeen de Engel in het Bijbelverhaal zegt (vgl. ook Gen. XVI, 12),
is het duidelijk dat de dichter de breede omschrijving, 65-74, ook hier niet in den
mond van den Engel legt, maar daarin diens woorden zelf herdenkt.
65. Klemtoon op
zult
. In de volgende verzen wordt dit
niet sterven
bevestigd; men
lette op de tegenstelling in 66-67. -
uit
om de geboorte aan te wijzen is aan de
klassieke talen eigen; voor Da Costa zegt het hier meer dan
van:
in dat ‘Gij die
uit
Abraham zijt’ ligt het argument voor
Gij zult niet sterven: want
Gij zijt Abraham's
bloed, een zoon der
belofte
.
66-67: men lette op het verband dezer twee zinnen,
hoe
de
tegenstelling
daarin
is uitgedrukt: bij het lezen van
De Woestijn heeft zich een oogenblik uw graf gewaand
te zijn
moet de stem aldoor krachtig
rijzen
en de woorden moeten al sneller op elkaar
volgen; het wordt bijna een rhetorische
vraag
en zinnen als deze zijn dat soms
geheel en ze hèbben dan ook een vraagteeken. Dan, bij den tweeden zin,
daalt
de
stem: de tegenstelling uit zich in den toon: tegenover den nadruk en de raschheid
van den eersten komt het kalme, gelijkmatige, vaste rhythmus van dezen; klemtoon
op
glóriën getuigen
. De tegenstelling uit zich verder in dat repliceeren met hetzelfde
beginwoord en in het nadrukkelijke
die: die - woestenij
, d.i.
die zelfde w
. Het is dus
ongeveer met deze zinnen, als met twee menschen, waarvan de een, in het
bewustzijn van zijn meerdere kracht, de ingebeelde meerderheid van den anderen
met zijn tartende, kracht-spàrende kalmte als verplettert; in het dagelijksch leven
hoort men in de spreektaal dezelfde manier van repliceeren; het eenig onderscheid
is, dat de dichter niet tot de woestijn-zelve spreekt. Let ook op het vooraan plaatsen
van
Voor u
in 68. -
gloriën:
zeldzaam meervoud (vgl. echter: ‘Dat hij (Vondel)... tot
de edelste gloriën van het land behoorde’, Alberd. Thijm, Portr. v. Vondel, 96, waar
‘gloriën’ = schitterende sieraden’ is): het woord beteekent hier, als niet zelden,
oorlogsroem, met bijgedachte aan de verschillende gelegenheden van behaalden
roem. -
getuigen:
met den voorwerpsaccusatief = ‘verkondigen’; ook
getuigen van
= getuigenis afleggen van, en minder sterk dus.
68-71.
Voor u zal etc. - o Schutter:
nl. als Gij straks geheel man zult zijn geworden;
overal zal men uwe meerderheid erkennen: meerderheid in al wat de woestijnvolken
goed en voortreffelijk achten (68-69 is zeer
karakteristiek
). En al de edele
eigenschappen waarmee Gij uit Abraham en Uwe moeder begiftigd zijt, zullen de
erfenis zijn van Uwe nakomelingen: Gij zult in hen blijven leven: want Uw nakomeling
zal
zwerven
als Gij,
Uw
leven zal hij voortzetten en -
zijn bloed zal hij kennen
, (d.i.)
hij weet wat hij zijn edele afkomst schuldig is, hij is te fier en te vrij om zich met
minder qualiteit van
bloed
te vermengen: zoo zal de
onverbasterde
Arabier, de
zuivere
Ismaëliet
het
beeld
van zijn stamvader zijn en blijven, gelijk hij zijn naam
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 358
1 2 ... 354 355 356 357 358 359 360 361 362 363 364 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários