Engel IB144 Manual do Utilizador Página 382

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 381
326
Daarbij komt nog de invloed van onze syntaxiale constructie, dat men adjectiva
zonder uitgang bij 't substantief plaatst, waar ook samenstellingen uit kunnen groeien;
als ‘zoet hout’, en dergelijke.
Dan het voorbeeld van vroegere verbinding zonder -
e
, als groot-zeil, kwà-jóngen,
en dergelijke.
Dit voorbeeld werkt zeer sterk. Evenzeer wel de samenstelling met zoogenoemde
stammen van werkwoorden. Die vormen, en al lang, het eerste lid zonder
verbindingsletter
1)
, als: drink-glas, bedel-monnik.
Alles wijst er dus op dat het eerste lid het meest in onveranderde vorm zal
voorkomen.
10. Er zijn evenwel nog oude formaties overgebleven, - al worden die telkens opnieuw
hér-vormd, elke keer dat men ze gebruikt - met uitgangen, uit den tijd toen de
woorden in hun syntaxiaal verband algemeen verbogen werden. Dit vindt men in
enkele woorden; geïsoleerd, en dan vaak als eigennamen. Over 't algemeen zijn 't
echter vormsels op veel uitgebreider gebied geworden, met verlies van hun
oorspronkelijke beteekenis: zuiver formeel, niet veel meer dan ingevoegde letters
of lettergrepen.
Zoo is de -
s
eigenlijk een genitief-uitgang. Maar zelfs bij woorden, waar het eerste
lid zich als een genitief tot het tweede verhoudt en op -
s
uitgaat, voelt men deze -
s
niet éens altijd meer als zoodanig; hoe velen voelen in honger-s-nood,
water-s-nood dien genitief -
s
? Men kan dan ook niet meer zeggen: het eerste lid
is een genitief, dérhalve moet dit in de samenstelling, bij nieuw-vorming, een
s
hebben. Men heeft het genitief-verband ook, waar geen
s
staat, als rund-vleesch,
konink-rijk, rogge-brood, tarwe-meel en tal van anderen; -schape-vel,
bokke-kop, kinder-stoel, kinder-dijk bij Dordt (denk aan 't verhaal van 't
aanspoelen van een kind); enz.
En omgekeerd staat er een
s
, waar 't geen genitief singulaar kan wezen, als in
jongelings
2)
-vereeniging, schaaps-kooi (genitief-plu-
1) In ‘roof-vogel’, ‘slinger-steen’, is 't nog twijfelachtig of 't eerste lid een verbaal-stam, dan wel
een subst. is. Oorspronkelijk waren 't allen substantieven. Men voelde ze in verbinding met
verba; stammen van de werkwoorden en het verwante subst. waren en werden vooral, in
vorm gelijk; men hield deze subst. dan ook voor verbaal-stammen, al gauw. Toen kwamen
een menigte analogie-vormingen op; de onze zijn 't zoo goed als allemaal! Of ze in 't
gotisch bestonden, is onzeker. Wel in 't noorsch en westgermaansch; - ook in 't grieksch en
slavisch, zie Brugmann, Grundriss der Indogerm. Grammatik, II, § 41.
Deze soort heet in de hollandsche spraakkunsten meestal de ‘eigenlijke samenstelling’; ook
bij die grammatici, die anders elke nieuwere analogie-formatie verafschuwen.
2) Wat Jacobs-Koenen, blz. 190, daarop bedacht hebben, is spitsvondig.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 381
1 2 ... 377 378 379 380 381 382 383 384 385 386 387 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários