Engel IB144 Manual do Utilizador Página 261

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 260
213
want myn raedt was ick dickwils ten enden, alsoock doe, viel daerom op myn kniejen
neder, en badt de Heere, hem smeeckende, dewijl hy my tot hiertoe hadde geredt
en bewaert onder syn genadige vleugelen en verlost uit vyer en water, van honger
en dorst, en van de quade menschen, dat het sijn Vaderlycke goedtheyt doch soude
gelieven my vorder te bewaren en my de oogen des verstants open te doen, om
den rechten wegh te vinden, opdat wy wederom by onze natie en vrienden mochten
komen, ja met diep versuchten bad' ick: ô Heere, wyst ons de wegh en geleyt my;
Doch oft uwe wysheyt voor goet en best insagh, my niet in salva (
behouden
) by
onze Natie te brengen, soo laet doch (ist u Goddelijcke wil) eenighe van 't volck
terecht komen, opdat men weten mach, hoe dattet met ons en het Schip gegaen
is. En aldus met Godt gesproocken hebbende, stont ick op, om weder af te gaen,
en sloeg myn ooghen als voor, om en wederom, aen allen oorden uyt en siet, ick
sagh aen myn rechterhand uyt, dat de Wolcken van het lant dreven, waer door het
in de kimmen klaer wierdt en sagh doe stracx twee hooge blauwe Bergen leggen
en my schoot datelyck in 't zin, dat ick tot Hoorn van Willem Cornelisz. Schouten
wel hadde hooren seggen (die wel 2 à 3mael in Oost-Indiën geweest was), dat op
de hoeck van Java twee hooghe blauwe Bergen lagen, en wij waren bij Sumatra
langs gekomen, 't welck aen de slincker-handt lagh, en deze sagh ick aan de
rechter-hant, ende in 't midden was een glop, daer ick geen Landt sien kond', en
ick wiste dat de Straet van Sunda, tusschen Java en Sumatra inliep, beelde mij
derhalven vastelyck in, dat wy wel te weegh waren, en liep doe alsoo verblydt weder
van den Bergh af, na de Koopman, en vertelden hem, dat ick sulcke Twee Bergen
gezien hadde.’
Wij kunnen ons levendig voorstellen, dat deze oogenblikken, door Bontekoe op den
bergtop van het Prinsenland doorgebracht, voor hem onvergetelijk waren. Doch ook
de lezer van zijn reisverhaal zoude de boven aangehaalde volzinnen, hoe lang van
adem ook, niet gaarne missen. De bekentenis dier echt menschelijke
kleinmoedigheid, straks in kinderlijk vertrouwen op God verkeerd en door kloek
nadenken en handelen gevolgd, zij neemt ons evenzeer voor Bontekoe in, als zijne
vroomheid en wakkerheid onzen eerbied afdwingen. Moesten wij dan ook aannemen,
dat Potgieter ons in de eerste plaats Bontekoe in zijne omzwervingen had willen
laten zien, wij zouden geene verklaring weten voor het verzuim, ons zijn held in
deze treffende oogenblikken te teekenen, eerst mismoedig neer-, dan geloovig op-
en daarna wakker rondziende. Maar Potgieter zelf leert het ons door zijn titel:
Bontekoe's avontuur vormt alleen de lijst, die de verschillende tafereeltjes, in de
Liedekens geschetst, bijeenhoudt en het ware onbillijk en onverstandig, indien wij
van den dichter iets anders wenschten, dan hij ons heeft willen geven.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 260
1 2 ... 256 257 258 259 260 261 262 263 264 265 266 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários