Engel IB144 Manual do Utilizador Página 293

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 292
243
spreekwoord door hem is te pas gebracht; van welken greep de meeste moralisten,
zoowel van vroeger als later tijden, zich bediend hebben. Hij leert alzoo wat de
Franschman
savoir vivre
noemt, waarom dit leerdicht zou kunnen genoemd worden
Wellevendheidsleer
of
Wellevenskunst
.’
Ik stel me voor dat deze Wellevenskunst in de scholen gelezen werd; evenals de
Disticha Catonis
1)
, een soortgelijk werk.
Het was ook een stichtelijk leesboek voor het huisgezin, waar men ten minste die
kunst verstond: vrouwen waren hierin veelal meer bedreven dan de mannen.
Misschien ook voor vereenigingen en congregaties, geestelijken en niet-geestelijken,
waar men elkaar wilde opvoeden en stichten.
Iets als de werken van Cats in later eeuw; alleen, de exemplaren waren
schaarscher.
Het stond niet alleen. Er waren er meer van dit soort, die Dr. Suringar in de
Inleiding bespreekt.
Hun meedeelingen nemen zij uit allerlei gezaghebbende ‘autores’: zoo noemt de
Spiegel der Jongers op: David, Seneca, Cato, Augustinus, Gregorius, Iheronimus,
Salomon, Sinte Pauwels, Sinte Matheus, Aristoteles, Boecius en AEneas Silvius.
Behalve den Bijbel zegt onze moralist nergens waar hij het zijne vandaan haalt,
evenmin wie zijn autoriteiten zijn. Dr. Suringar heeft ze echter uitgevonden. Een
daarvan
2)
heeft onze moralist in het eerste gedeelte van zijn leerdicht, ‘nagenoeg
op den voet gevolgd, waar hij, soms iets in zijn geheel, soms slechts gedeeltelijk,
overneemt; terwijl eene doorloopende vergelijking van beide stukken aantoont, dat
hij ook wel eens alleen naar aanleiding van enkele woorden van dezen zegsman,
een voorschrift gegeven heeft. Doch uit de beide andere
3)
leerboeken, eveneens in
het latijn geschreven, is slechts hier en daar een greep door hem gedaan’
4)
. Uit een
omwerking van een latere latijnsche gnomoloog (een verzameling Spreuken)
5)
is
ook een gedeelte overgenomen.
Het is dus een soort Bloemlezing, die in het Comburgsch hs. geschreven staat.
Nu is er ook nog een verzameling in een Audenaardsch en in een Haagsch hs. Het
eerste ‘bevat slechts 383 verzen, die zelfs niet een doorloopend geheel van ons
gedicht uitmaken, maar onderscheidene stukken daarvan bevatten, zoodat hier
eigenlijk geen sprake kan zijn van een hs., maar slechts van onsamenhangende
fragmenten
6)
. Wat meer is, hij die het afschrift vervaardigde, (heeft) zich veroorloofd
in sommige verzen zooveel veranderingen te maken, dat zijn werk bijna voor eene
omwerking van den
1)
ed. Beets vs. 24/5 en blz. 5 vv. Vgl. ook de Lekenspieghel 3
e
boek; B.v.S. Inleid. XVIII. - Wie
schrijft ons een Gesch. van de Schoollitteratuur in ons land, tijdens de ME.?
2) Den Facetus, zie Inleid. blz. XXII vv.
3) Den Floretus en Phagifacetus, Inleid. blz. XXV en XXVII.
4) Inleid. blz. XXI.
5) Inleid. blz. XXVIII.
6) Inleid. blz. XXXII.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 292
1 2 ... 288 289 290 291 292 293 294 295 296 297 298 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários