Engel IB144 Manual do Utilizador Página 165

  • Descarregar
  • Adicionar aos meus manuais
  • Imprimir
  • Página
    / 440
  • Índice
  • MARCADORES
  • Avaliado. / 5. Com base em avaliações de clientes
Vista de página 164
117
wij, dat aan Huygens hooghartigheid of, wil men, pedanterie was verweten (vs. 30,
65), en vooral de zucht om de geheime gebreken van anderen te bespieden en
breed uit te meten (vs. 71-76), terwijl niet onduidelijk was te kennen gegeven, dat
hij (misschien daardoor) niet geschikt was om een aanzienlijk staatsambt te
bekleeden, hoe ijverig hij daarnaar ook mocht jagen (vs. 109 vlgg.). Dat Huygens
zich zulk een verwijt en zulk eene voorspelling (in den mond van een invloedrijk
persoon eene bedreiging!) niet kon laten aanleunen, spreekt van zelf. Hij zocht de
fout niet bij zichzelf, maar bij zijnen beschuldiger, die hem misschien, zooals hij
zegt, kwalijk had genomen, dat hij hem bij schemeravond niet herkend en dus niet
beleefd genoeg gegroet had (vs. 66), en verweet op zijne beurt zijnen betichter
onedelmoedigen spot met zijn ‘gelasen oog’ (vs. 72), dat hem destijds, toen jonge
mannen met brillen zeker nog uitzonderingen waren, een wel wat pedant aanzien
zal gegeven hebben, maar waarom hij zich eer beklaagd dan bespot wenschte. Hij
wees er op, dat juist het verwaarloozen van eene oogontsteking door het lezen tot
diep in den nacht (vs. 91-94) hem het dragen van eene bril noodzakelijk had gemaakt,
maar bewees daarmee tevens, dat nederigheid niet tot zijne voornaamste deugden
behoorde.
Ook de ‘Voorspraeck’ voor de Zede-printen verraadt wel eenige ijdelheid en
ingenomenheid met eigen karakter en gaven. De geheele bundel Zedeprinten bewijst
bovendien, evenals de voorafgeschreven gedichten
Voorhout
en
Costelick Mal
, dat
Huygens de - in een jongmensch aan pedanterie grenzende - zucht om
maatschappelijke gebreken te hekelen in veel hoogere mate bezat, dan de bij een
jongmensch veel natuurlijker neiging om het leven te genieten, de liefde te
verheerlijken, het schoone te bewonderen. De hooge achting, die wij voor Huygens
op rijperen leeftijd koesteren, behoeft ons niet te verhinderen, den jongen Huygens
tegen het verwijt van den onbekenden ouden heer niet voor volkomen
verontschuldigd te houden.
In elk geval, wie op den leeftijd van vier en twintig tot zeven en twintig jaar
gedichten als
Voorhout
,
Costelick Mal
en
Zede-printen
schrijft, is oud voor zijnen
leeftijd, en Huygens was dan ook eigenlijk nooit recht jong geweest. Eene opvoeding,
zooals hij met zijn uitmuntenden aanleg ontving, had daartoe wel moeten leiden.
Daardoor was het hem mogelijk, reeds op twintigjarigen leeftijd in de rechten te
promoveeren en zich vier jaar later in het
Voorhout
voor te doen, alsof hij de wereld
doorreisd had: hij was ten minste in Engeland geweest en had, door Duitschland
en Zwitserland heen, Venetië bezocht. Aan welverdiende eerbewijzen had het hem
ook niet ontbroken, die zijne ingenomenheid met eigen ik bij hem mogen
verontschuldigen. Aan zijne vertrouwdheid met het Italiaansch had hij het te danken,
dat hij secretaris was geworden van den Venetiaanschen gezant, den handigen
diplomaat François van Aerssen, in wien hij een machtigen beschermer vond en
die hem reeds dadelijk in de gelegenheid stelde zijne taalkennis voor niemand
minder dan den Doge zelf te luchten. Zijne kennis van het Engelsch deed
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vista de página 164
1 2 ... 160 161 162 163 164 165 166 167 168 169 170 ... 439 440

Comentários a estes Manuais

Sem comentários