148
schoone, kunstige geheel, om echter dadelijk te bedenken, dat er van schenden
geene sprake kan zijn, waar de hand zich in dienst der wetenschap stelt, en getroost
de samenstellende deelen uiteen te nemen, ten einde te zien, wat het bonte
bladerkleed omhult. Slechts een stelselmatig ontleden, dat weinig gemeen heeft
met ruw verscheuren, kan ons den vorm, de schikking en bestemming der deelen
ontsluieren en het innerlijke wezen der bloem doen kennen. Eerst daarna zullen we
beseffen, hoe bewonderenswaardig haar bouw is, en wij voelen onze liefde wassen
tegelijk met onze kennis. Kennis, niet enkel van de ontlede bloem, maar meteen
van hare verwanten. Wie toch kan iets nieuws zien, zonder zich het gelijksoortige,
dat hij vroeger zag, te herinneren en het eerste met het laatste te vergelijken?
Maar voor wie zich zoo in stilte aan de zorgvuldige beschouwing en vergelijking
van planten wijdt, is nog een ander loon weggelegd, waarop hij niet gerekend had.
Na afgeloopen onderzoek is niet alleen zijn kennen, maar ook zijn kunnen
grooter geworden; na elke ontleding is zijn oog meer geoefend, zoodat hij sneller
de eigenaardigheden der planten herkent; steeds sneller vermeerdert zich daardoor
de schat zijner botanische kennis en zoo ervaart hij, dat ook op wetenschappelijk
gebied waarheid ligt in het woord: Wie heeft, dien zal gegeven worden.
Van de kinderen des velds tot de kinderen des geestes is niet ver. Zijn niet de
bloemen als 't ware de dichterlijke gedachten van een onuitputtelijk rijken geest, en
is omgekeerd niet de poëzie de bloei van al ons denken en gevoelen? Wat wonder,
dat, zooal niet dezelfde, dan toch een evenwijdige weg ons leidt tot kennis en
waardeering van bloemen en verzen beide. Ook verzen moet men zien en weer
zien, van buiten en van binnen, wil men er oog voor krijgen. En wat van de verzen
geldt, geldt van alle voortbrengselen der poëzie, ja van alle kunst. Letterkundige
smaak is niet iets, dat door een boek kan meegedeeld en daaruit worden opgenomen.
't Gaat daarmee als met den lichamelijken smaak. Berustende op eene aangeboren
prikkelbaarheid van zekere mondzenuwen, kan hij door oefening worden verfijnd
en door gewoonte in deze of gene richting geleid. Wat stelt den theehandelaar in
staat tallooze theesoorten en -mengsels met gemak te onderscheiden? Geen boek
ter wereld kan het hem leeren, oefening alleen brengt hem zoo ver. En die oefening
is enkel het gevolg van proeven, altijd weer proeven. Laten wij het bij de studie der
letterkunde goed onthouden. Er zijn handboeken over litteratuur genoeg, waaruit
veel nuttige feitenkennis is op te garen; maar onder alle is er geen, dat ons kan
leeren, wat schoon is, wat niet. Van daar dat er zelfs letterkundigen zijn zonder
letterkundigen smaak. Dezen moet ieder zich zelf verwerven. Proeven, proeven! -
daarin ligt het geheele geheim. En natuurlijk, dat men hiervoor eene gevoelige tong
moet meebrengen. Zonder dat gaat het niet. Heeft, om nog even in het beeld te
blijven, moeder Natuur den mond van een' geleerde van binnen met zeemleer
bekleed, dan moge hij zich verdienstelijk maken door allerlei letterkundige
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comentários a estes Manuais